vroeger en nu

Hugo Schiltz

Hugo Schiltz werd op 28 oktober 1927 geboren in de gemeente Borsbeek, vlakbij Antwerpen. Als overtuigde flamingant maakte hij al op jonge leeftijd deel uit van de Vlaamse beweging.  Schiltz werd tijdens de Tweede Wereldoorlog lid van de Nationaal-Socialistische Jeugd Vlaanderen (NSJV). Zijn broer vocht aan het Oostfront. Na de oorlog belandde hij enkele maanden in de gevangenis. Daarna studeerde hij rechten en economie in Leuven. Hij woonde in de Corbusierlaan op Sint Anneke.

Aan de KU Leuven behaalde hij een doctoraat in de rechten, een licentie in de economische wetenschappen en een baccalaureaat in de Thomistisch wijsbegeerte. Hij werd in 1953 advocaat aan de balie in Antwerpen en bleef de advocatenpraktijk nadien voortzetten. Daarnaast was hij nog docent aan de economische hogeschool St-Aloysius (Ehsal) in Brussel.

In 1953 vestigde Schiltz zich in Antwerpen als advocaat. Vijf jaar later werd hij er gemeenteraadslid. In 1963 sloot hij zich aan bij de Volksunie. Hij werd Kamerlid (1965-1991) en senator (1992-1995). Van 1975 tot 1979 was hij voorzitter. 

Hij koos bewust voor deelname aan de macht en was bereid compromissen te sluiten, tot groot ongenoegen van de traditionele rechtse Vlaams-nationalisten. In 1978 stapte Schiltz met zijn partij in de regering om het Egmontpact over de nieuwe staatshervorming uit te voeren. In het najaar van 1978 liep het pact op de klippen en leed de VU een zware verkiezingsnederlaag. Schiltz werd verantwoordelijk geacht en in 1979 nam hij ontslag als partijvoorzitter. 

In de tweede helft van de jaren 1980 werd hij samen met Wilfried Martens en Jean-Luc Dehaene een van de grote architecten van het gefederaliseerde België In 1995 werd hij minister van Staat. 

In 1958 werd Schiltz lid van de Antwerpse gemeenteraad, waar hij onafgebroken bleef zetelen tot 1989. Hij werd volksvertegenwoordiger voor de Volksunie in 1965 en zetelde in de Kamer tot 1991. Mede door zijn dossierkennis groeide Schiltz uit tot een uitstekend redenaar en debater.

Egmontpact

Schiltz werd partijvoorzitter in 1975. Hij slaagde erin de Volksunie in 1977 in de regering te krijgen. Maar de droom werd een nachtmerrie voor de Vlaams-nationalisten, vanwege het Egmontpact. Schiltz verdedigde die grondwetswijziging, maar slaagde er niet in zijn achterban te overtuigen. Het kwam uiteindelijk tot een breuk binnen de Vlaamse beweging, wat leidde tot de afscheuring van het Vlaams Blok van de Volksunie. Het Egmontpact werd nooit goedgekeurd.

Zijn partij raakte daardoor een tijdje op de sukkel en leed twee zware verkiezingsnederlagen na elkaar. Daarop besloot Schiltz in 1979 zich terug te trekken als VU-voorzitter, hoewel hij het vertrouwen van de partijbasis bleef behouden.

Van 1981 tot 1985 was hij gemeenschapsminister van Financiën en Begroting. Daarna werd de VU'er vicepremier en minister van Begroting en Wetenschapsbeleid in de laatste regering-Martens (van 1988 tot 1991). Hij was toen mee verantwoordelijk voor de val van die regering, omdat hij weigerde in te stemmen met een wapenlevering aan Koeweit. Daarna was hij nog vier jaar senator (van 1991 tot 1995).

Afscheid van de nationale politiek

Schiltz droomde daarna enkel nog van het Antwerps burgemeesterschap. Daarvoor ging hij in 1994 een kartel aan met de CVP, onder de naam 'Antwerpen '94'. Maar het initiatief was minder succesvol dan verhoopt. Schiltz moest de burgemeesterssjerp aan zich laten voorbijgaan en werd zes jaar lang schepen van Financiën, Economie en Toerisme. In 1995 werd hij benoemd tot minister van Staat.

Hij nam afscheid van de actieve politiek in januari 2001 en concentreerde zich daarna volledig op de advocatuur. Na de splitsing van de VU volgde hij Anciaux en co naar het links-liberale Spirit.