vroeger en nu

De parochie

De kapel op Vlaams Hoofd Bron: Geschiedenis van Burcht en zwijndrecht Deel 2, Dirk Verhelst. Uitg. Gemeentebestuur Zwijndrecht.

De kapel was toegewijd aan d H. Anna, moeder van Maria. Meestal werd de kapel omschreven als de kapel op het veer of op het Vlaams Hoofd. Op het einde van de 17de eeuw werd de kapel ook wel H. Moeder Anne van Consolatie genoemd.
Wanneer de kapel opgericht werd, is vooralsnog niet te achterhalen. Ze zou reeds bestaan hebben in 1330, maar werd in het midden van de 15de eeuw vernield. Alvas in 1480-1481 was de kapel heropgebouw, want toen kwamen de Antwerpenaren er op bedevaart omde buitengewone koude winter weg te bidden.
De kapel op het Vlaams Hoofd werd door de heren van Burcht en Zwijndrecht gesteund. Zij schonken aan de kapel voldoende grond om er een kapelaan mee te kunnen betalen. Toen deze gronden werden overstroomd en verloren gingen in de nieuwe dijk, hernieuwde Cornelis van Bergen, heer van Burcht en Zwijndrecht, op 9 september 1559 de schenking van zijn voorgangers.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

In de 17de eeuw

We weten niet hoe de kapel op het Vlaams Hoofd de strijd tussen de Zuidelijke en de Noordelijke Nederlanden, ingezonderheid het militaire geweld rond het beleg van Antwerpen (1583-1585), heeft doorstaan. Uit de kapelrekening van 1613-1614 zo'n 30 jaar na de feiten, blijkt dat een eventueel herstel reeds ver gevorderd was. De kapel werd beschadigd door een storm die omstreeks Pasen 1606 over de streek woedde. Maar ook deze sporen waren in 1613-1614 grotendeels verdwenen. in 1613-1614 werd het verzakte welfselboven het altaar hersteld. De kapel werd volledig gewit en een gedeelte werd geschilderd. Aan het pas vastgezette altaar werd een "tafereel" geplaats. Ook de viering van de feestdag van de H.Anna was in die jaren reeds hernomen.
Omstreeks 1642-1644 werd een klok in de toren gehangen. Er was een spreekstoek en een communiebank, aangezien beiden in 1648-1650 werden hersteld. De kapelvloer werd in 1653 herlegd.
Schilderij Antwerpen met Vlaams Hoofd 1515. Onbekende meester - MAS
 
 
Dit alles wekt de verkeerde indruk dat de kapel en de gelovige gemeenschap op het Vlaams Hoofd een vrij rustig en zorgeloos bestaan leidde. Niets was minder waar. De kapel moest grondig hersteld worden (1636). Er was nog steeds geen biechtstoel en doopvont (1638). De vermoedelijke oorzaak van dit alles moet worden gezocht in het ontbreken van een een vast verblijvende prietser, en ook bij de voortdurende aanwezigheid van militairen. De soldaten beheersten soms in die mate het gehucht, dat iedereen wegvluchtte of zich gedeisd hield (1648)
In de tweede helft van de 17de eeuw keerde de rust toch enigszind terug. Alvast het verfraaien van de kapel werd verdergezet. Guille van Arenberck maakte tussen 1660-1665 een Sint Jozefbeeld. Schrijnwerker Octavi Henry nam op 9 maart 1667 de voorwaarden aan om een altaar te bouwen ter ere van de H. Anna. Het altaar uit lindehout moest 4 gewrongen pilaren hebben. De pilaren moesten rusten op "boskens" in plaats van op festoenen, zoals het ontwerp voorzag. Naast de pilaren werden engelen geplaatst. Boven het tabernakel kwam het beeld van een pelikaan In de nis van het altaar moest Henry een gebeeldhouwd portret plaatsen van de H. Anna. Dit portret mocht hij uitbesteden aan "een goede meester". Het werk moest geplaatst worden in juni 1667. Mattheus Neckers marmerde het altaar en de 4 pilaren, deze laatsten in rood en wit.
Maar evenzeer zijn er tekenen die wijzen op een toenemend verval. Een timmerman zette eind 1669 een verzakte biechtstoel recht en voerde verstevigingswerken uit aan het doksaal dat bijna omver viel. Op bevel van de pastoor werd in 1671 de oude, te zware klok vervangen door een lichtere nieuwe klok.
In 1672 werd de nieuwe doopvont door de Zwijndrechtse onderpastoor  ingewijd. Tot Omstreeks 1700 werden allerlei werken uitgevoerd die in min of meerdere mate de kapel moesten opknappen. Zo was er een metser aan het werk in 1675 en werd de kapel tezelfdertijd gewit. Omstreeks 1681 werd de vloer gelijk gelgd en werden de mure nogmaals bezet en gewit. Tien jaar later kreeg de kapel een nieuwe vloer. Tussen 1696 en 1698 werd ook het dak hersteld.