vroeger en nu

Van Borgerweertpolder tot zandvlakte

De Borgerweertpolder was een strategisch gelegen plaats tegenover de Stad Antwerpen. Graafschap Vlaanderen hhorde bij Frankrijk, Hertogdom Brabant, waartoe Antwerpen behoorde, was een deel van het Heilige Roomse Rijk. (zie ook de tijdlijn). Het gebied werd begrensd door de dijken van de Schelde van Burcht tot aan Blokkersdijk. En aan de westelijke kant was het gescheiden van Zwijndrecht door Blokkersdijk, die verder naar het zuiden de Suikerdijk werd genoemd.
Op die manier ontond er een gebied dat niet bewoond was, behalve een klein gehucht, Vlaams Hoofd, waar het veer naar Antwerpen was. Dit gebied kon ten allen tijde onder water gezet worden, en dus onbruikbaar gemaakt worden voor mogelijke invallers. Helaas had Farnese het zo niet begrepen en gebruikte deze strategie averechts, door zijn schepen van Burcht over de overstroomde Borgerweert naar Blokkersdijk te laveren.
 
Stoomschepen
 
De komst van de stoomschepen einde 19-de eeuw veranderde de situatie drastisch. De Schelde moest immers gebaggerd worden om de schepen met gote diepgang toe te laten aan de Antwerpse kade. Het baggerzand werd net over de dijk gestort, waardoor er een zandvlakte onstond naast het water. De Antwerpenaren wisten dit fijne witte zand te waarderen, en sloegen er hun tenten op. Sint Annastrand was geboren.
 
 
 
 
 
 
Opspuitingen
De Stad Antwerpen wou de haven verder uitbreiden, ook op de Linkeroever. Het Waasland, de provincie Oost-Vlaanderen waren vragende partij om aansluiting te vinden bij de economische activiteit van Antwerpen. Er was dus nood aan een vaste oeververbinding.
Er werden dus plannen gesmeed om de hele Borgerweert om te vormen tot een uitbreiding van Antwerpen.
 
Het hele gebied werd 6 meter opghoogd met slib uit de Schelde. Plannen om dit gebied te urbaniseren werden gemaakt, wedstijden uitgeschreven. In 1923 werd Sint Anneke toegevoegd aan Antwerpen. In 1931 werd aangevangen met de bouw van de IMALSO tunnels, die in 1932 werden ingehuldigd. Ondertussen ging het opspuitwerk verder. De laatste stukken waren "de Put", het dorp rond de St Annakerk, en als allerlaatste de Middenvijver in 1974. Sint Anneke had soms het uitzicht van een woestijn, inclusief zandstormen en dweilen achter de duur om het zand buiten te houden.
De nieuwe gronden werden beheerd door IMALSO, die met de verkoop ervan de kosten voor de bouw van de tunnels moet dekken. De natuur deed zijn werk: Eerst kwamen de pioniersplanten, dan werd het hele gebied na enige tijd begoeid met wilgenbosjes, maar ook berken en andere bomen. Met daartussen een rijke fauna en flora, een paradijs voor konijnen, fazanten en patrijzen.

Borgerweertpolder Bron: GRUP OOSTERWEELVERBINDING (RUP_02000_212_00183_00001, Toelichtingsnota

Kaart van Ferraris (Kabinetskaart van de  Oostenrijkse Nederlanden)

 

In 1769 stelde Joseph-Johann-Franz (Graaf) de Ferraris (1726-1814), artilleriegeneraal in onze provincies, aan Karel van Lotharingen voor om een heel gedetailleerde kaart te tekenen van alle Oostenrijkse Nederlanden en zo de leemtes van de bestaande topografische kaarten aan te vullen. Van deze kaart, die voorbehouden was voor de keizerin en haar ministers, werden drie exemplaren gemaakt; de kaart werd Kabinetskaart genoemd. Ze telt 275 folio’s van ca. 91 cm op 141 cm en waarvan de meeste in vier zijn gevouwen. Op sommige plaatsen is een vijfde folio of een strookje toegevoegd. Het belang van het geheel wordt nog vergroot door het feit dat er bij elke kaart inlichtingen en historische, geografische, economische, sociale en militaire toelichtingen horen.

Het polderlandschap werd eeuwen geleden ontwikkeld door het aanleggen van dijken. De polders werden gewonnen op de Schelde toen deze nog een reusachtige vlaktestroom was. De oudste polders dateren van voor het jaar 1150. De ingedijkte gebieden, waarvan het maaiveld lager ligt dan het gemiddeld waterpeil van het aanpalend water, werden op deze manier vruchtbaar gemaakt en beschermden de bewoners tegen overstromingen.

De polders hebben hun vruchtbaarheid te danken aan de opeenvolgende rivier- en zeekleiafzettingen, die van nature voedselrijk zijn. De inundatieperiode bepaalt bijgevolg de bodemkwaliteit en het ontstaan van hoge of lage polders. Karakteristiek voor lage polders is de natte en minder vruchtbare bodem, deze worden voornamelijk gebruikt als graasweide. Het poldergebied tussen de Scheldedijk, Suikerdijk en Blokkersdijk behoorde tot de categorie ‘lage polders’. De naam Borgerweert wijst hierop. Weert staat voor laag, dikwijls onderlopend, door water of dijken omgeven land. 

De betekenis van het woord weerd of waard is tweeërlei: het kan de betekenis hebben van ‘ingedijkt land’;  oorspronkelijk betekent het echter ‘riviereiland, strook land tussen een rivier en een stilstaand water’. Zo vindt men bij Düsseldorf Kaiserswerth, bij Bonn Nonnenwerth, beide eilandjes in de Rijn, bij ons Weert bij Temse, eens een eiland in de Schelde, enz.

 

Dit toponiem is zeer kenmerkend voor lage kompolders. Van het 1049 ha grote gebied was 875 ha onderhevig aan dijkschotten. Het gebied achter Suikerdijk/Blokkersdijk daarentegen werd intensief gebruikt in functie van de akkerbouw. Dit is te verklaren door de overeenkomst van Suikerdijk-Blokkersdijk met de grens tussen alluviaal kleigebied en het hoger gelegen dekzandgebied.

Te zwakke constructie van de dijken veroorzaakte dijkbreuken. Ook door krijgsverrichtingen werden opzettelijke dijkbreuken veroorzaakt.

Ten gevolge van een dijkbreuk kon de volledige polder onder water komen te staan of een wiel ontstaan.

Dit zijn schuurgaten ontstaan door het water dat bij een dijkdoorbraak met geweld het achterland binnenstroomde. Na een lang proces van verlanding werden deze oorspronkelijke diepe zoetwaterplassen met steile oevers terug opgevuld met sediment.

De eerste bebouwing in de polders bestond uit verspreide boerderijen.

Deze werden evenals de godsdienstige en bestuurlijke gebouwen steeds opgericht op de hoogste punten. Ook windmolens werden op verheven plekken gebouwd, meestal op een dijk of een dijkberm. De dorpskernen in het polderlandschap zijn typerend geconcentreerd. Tot begin jaren 1930 bestond de belangrijkste bebouwing in het projectgebied uit de dorpen Zwijndrecht, Burcht en St. Anneke.

Desalniettemin alledrie de kernen specifieke verschillen vertonen ten opzichte van elkaar, werd het belangrijkste onderscheid gevormd door de ligging van Burcht en St. Anneke langs de Schelde.

 

 

Zand bron: Groenplan Stad Antwerpen

 
De Zandvlakte Linkeroever is het centrale groengebied tussen Zwijndrecht en de Schelde. De wandeling laat u kennismaken met het gevarieerde karakter van dit

 

  gebied. U komt langs de open Middenvijver, het dichtbegroeide Sint-Annabos en het waterrijke gebied van het Rot. Onderweg kruist u de Rotbeek, die de drie gebieden met elkaar verbindt.