vroeger en nu

Het Begin

Tussen 1894 en 1906 werd de Borderweertpolder in de bocht van de Shelde opgehoogd.
Dat deze strook werd volgespoten met slijk uit de Schelde had minder te doen met urbanisatie, dan met het feit dat zeilbotenin snel tempo in stalen schepen veranderden. De diepgang werd groter, en de Schelde moest toegankelijk gemaakt worden voor de drijvende mastodonten. En dus werd er gebaggerd , en de bagger werd op de Borgerweertpolder gekieperd.
Al gauw hadden de Antwerpenaren ontdekt dat er een strook mooi wit zand lag aan de Schelde, en ze kwamen er zonnen, pick-nicken, spelen en vrijen.
Al snel kwamen er tentjes, cabanes en stuntelige bouwsels. En werd het geheel een toevluchtsoord van wie van de natuur hield, of voor wie de  stad te duur was.
Voor de tweede wereldoorlog woonden er ongeveer 100 mensen op de Plage.
 

Sint Annastrand

Sint Anna-Strand 1930 - 1940  

Bron : Josée Gevaerts, oud bewoonster van Sint Anna-Plage : Herinneringen aan het vakantie -en Woondorp van Sint Annastrand.

In 1932 bereikte de crisis haar hoogtepunt. Reizen was niet meer zo evident. Maar de Antwerpenaar is vindingrijk Hij zocht naar een goedkope ontspanning., baande zich een weg door de bosjes en ontdekte aan de bocht van de Schelde een enorme zandvlakte, gecreeerd door de eerste zand-opspuitingen. Dit was een uitstekende plaats om een tent op te zetten. De ontdekking ging rond als een lopend vuurtje en al gauw volgde de ene tent na de andere. Gezonde lucht en veel speelruimte voor de kinderen: iedereen was content. Geen enkele oficiële instantie heeft die tenten ooit verboden. De kampeerders geloofden echt dat dit terrein hun stilzwijgend werd toegezegd. Maar schone liedjes duren niet lang. In 1934 schreef IMALSO een aanbesteding uit uit voor een afgebakend terrein dat de naam Antwerpen-Strand zou krijgen. De pachter Emile Draps haalde als hoogste bieder de consessie binnen. Aanvankelijk voor een termijn van tien jaar, maar het zou tot 1960 duren voor de consessie verviel.

Draps wilde zo snel mogelijk zaad in het bakje zien. Onder het mom "de grote toeloop naar het strand te ordenen, de veiligheid te garanderen en het behoud van de goede zeden te verzekeren." vroeg hij aan iedereen 2 frank inkomgeld. Bewoners kregen een vrijgeleide die zij steeds moesten tonen. Kaart vergeten ? 2 frank betalen ! zo simpel was dat. 
Om meer geld te kunnen vergaren, eiste Draps vervolgens pachtgeld. Het gewone volk moest het gunstig gelegen gebied aan het strand verlaten en werd naar het gebied links van de ingang verbannen. Iedereen kreeg een plaats van 25 m² toegewezen en moest100 Frank pachtgeld betalen. De verenigde kampeerders vonden dat de consessionaris inhalig was en protesteerden hevig. Na verschillende onderhandelingen bedroeg de pacht voor 160 tenten 25 frank. Maar in 1935 trok Draps het pachtgeld weer op tot 50 Frank.
In 1936 wijzigde de inrichting van het tentenkamp. Kampeerders kregen een terrein van 100 m² terbeschikking als ze 150 frank betaalden voor een perceel langs de Schelde, en 125 frank voor een perceel elders. Op het einde van de zomer moesten ze de tenten weer afbreken.


Houten huisjes en hogere huurprijzen.


Veel tenten waren inmiddels vervangen door houten constructies. Ook deze bouwwerken moesten kampeerders aan het einde van het seizoen afbreken en de volgende zomer weer opbouwen. Vanaf 1936 werden vaste houten constructies met een slaapgelegenheid toegestaan. Architect Van Averbeke, toenmalig hoofdbouwmeester van Antwerpen moest hiervoor de bouwplannen wel eerst goedkeuren. Kort daarop verschenen overal zomerhuisjes. Eerder kreeg Emile Draps al van IMALSO de toelating om 37 bungalows in de Kastanjelaan te bouwen. Er werden ook vele vakantiehuisjes zelf gebouwd. Deze niet-officiële woningen werden nooit opgenomen in de bevolkingsstatistieken voor het Linkeroevergebied, ook al telde de Plage tot in de jaren 50 meer permanente bewoners dan de rest van het gebied. 

 

Op de plaats waar nu het ijssalon staat (aan de ingang), haalden de kampeerders hun water uit een artesische bronput. In 1937 sloot de consessionaris een contract af met de Anwerpse Waterwerken. Hierdoor beschikten de kampeerders over waterkranen. In tegenstelling tot wat in de aanbesteding stond, werd het huisvuil niet door de Openbare Reinigingsdienst opgehaald, maar door een eigen dienst van Draps. Voor deze diensten moest extra betaald worden: 5 frank voor het water en 5 frank voor de huisvuilophaling. Dit vonden de bewoners van het tentenkamp nog aanvaardbaar. Nadien verhoogde Draps De pachttarieven nog eens -tot 192.50 en 167.50 frank. Daar hadden de bewoners het moeilijker mee. En ook de volgende jaren bleven de huurprijzen stijgen.

 

Wereldoorlog II

Tijdens de oorlogsjaren maakten de Duitsers van Sint-Anneke een zogenaamd spergebied. Dat betekent dat de toegang enkel mogelijk was met een ‘intrittskarte’ voorzien van een hakenkruisstempel. Zaken als het Lunapark en Oud-Brabant verkommerden omdat er te weinig geld en materiaal beschikbaar was voor onderhoud. Ook vond er af en toe een overstroming plaats omdat de opgespoten gronden niet hoog genoeg bleken te zijn. Verder richtte een bombardement in 1942 veel schade toe: ongeveer 150 bungalows raakten beschadigd. In oktober 1944 werd Antwerpen getroffen door meer dan 600 V-bommen, waarvan er 48 Linkeroever troffen, en 3 De Plage. Veel bungalows werden vernield.
Na de oorlog kwamen veel gezinnen terug naar Sint-Anneke en nam het aantal bungalows flink toe. Mensen investeerden hun spaarcenten in zelf in elkaar geknutselde woningen. Draps was weer heer en meester op de Plage.

Rond de jaren 1950 werd er een begin gemaakt van wat men zou kunnen noemen, de eerste aanzet van ruimtelijke ordening. De bouw van een verblijf moest volgens plan gebeuren en in duurzaam materiaal worden opgetrokken; de tijd van de ‘provisorische' bungalows was voorbij; tevens moest er voldoende ruimte zijn tussen de bungalows. Een bungalow bestond uit een ruime woonplaats, twee slaapkamers, een keuken en een veranda. Een rommelkot met de kolenvoorraadbak hoorde eveneens bij de standaarduitrusting. De bungalow kreeg de naam ‘Kievit 3' . Ook de ‘straten' kregen een naam. De voornaamste straat was ‘de Scheldelaan', origineler kon het uiteraard niet.

Het tuintje werd opgesmukt met een hoge mast waar de nodige vlaggen konden wapperen bij iedere feestelijke gelegenheid; dat was een traditie geworden. Zo werd de vlag gehesen bij iedere doortocht van de Amerikaanse oorlogsschepen.

Er woonde bekende figuren op de Plage, onder andere de schepen van Onderwijs had er zijn buitenverblijf. Dit maakt dat andere politieke figuren vaak een bezoek brachten aan de Plage. Zo was Camille Huymans, destijds burgemeester van de Stad, een welgeziene gast op de Plage. Hij heeft er ook voor gezorgd dat de Antwerpenaar kort bij huis zijn ontspanning vond. Er waren in die tijd weinig andere ontspanningsmogelijkheden waardoor de Plage bijzonder in trek was. Dertig tot veertig duizend bezoekers tijdens een zomers weekend was geen uitzondering. Ze kwamen met de Flandria boot, de motorbootjes of de autobus. Als de grote menigte 's avonds was getrokken werd de plaatselijke jeugd opgetrommeld om het puin te rapen; de jongeren zochten vooral naar de onafgescheurde retourbiljetten voor de Flandria. In de Zeemeeuw werden de lege drankflesjes ingeruild voor een welverdiende consumptie.

Niemand kan de waterramp van 1 februari 1953 vergeten; een catastrofale overstroming trof het gebied van de Lage Landen. Uiteraard was het leed op SintAnneke nauwelijks te vergelijken met de ramp in Nederland. Maar de Kievit 3 was langs de voorkant ingebeukt door een losgeslagen bootje van een lichter. Het bootje vond men in de woonkamer. Alles was er verwoest. Als schadevergoeding kregen de bewoners van de overheid: een halve kilo thee. Het verband tussen de thee en de waterschade is nu nog niet duidelijk…

Stilaan hernam het normale leven op SintAnneke. De bungalows werden terug in orde gebracht; buren hielpen elkaar en er ontstond een heuse vriendenkring onder de bewoners. Het was mooi en rustig wonen aan de Scheldeboorden… als het water maar in haar bedding bleef. Het zicht op de voorbijvarende schepen was fascinerend. Het was er zalig wonen…

Maar aan alle sprookjes komt een einde. De concessie liep af in 1966 en de bungalow werd gesloopt. Het is nog zoeken tussen al die bomen waar precies de bungalow heeft gestaan. Maar de herinneringen aan SintAnneke blijven en die kan niemand slopen.

Fotogalerij: De Wandeldijk

/album/fotogalerij-de-wandeldijk1/a153-001-jpg1/
/album/fotogalerij-de-wandeldijk1/a172-001-jpg1/
/album/fotogalerij-de-wandeldijk1/a996-001-jpg1/
/album/fotogalerij-de-wandeldijk1/a5585-10201294827151287-550988272-n-jpg1/
/album/fotogalerij-de-wandeldijk1/a252710-4275786411478-70335139-n-jpg1/
/album/fotogalerij-de-wandeldijk1/a326454-3401610797634-434302221-o-jpg1/
/album/fotogalerij-de-wandeldijk1/a376358-4275796491730-444137422-n-jpg1/
/album/fotogalerij-de-wandeldijk1/a394264-4556368305850-1473384187-n-jpg1/
/album/fotogalerij-de-wandeldijk1/a400880-10201242956494553-430844103-n-jpg1/
/album/fotogalerij-de-wandeldijk1/a404781-3401642558428-188532059-n-1-jpg1/