vroeger en nu

Geschiedenis

Bron: GRUP Oosterweelverbinding, Toelichtingsnota

Reeds onder het Napoleontisch bewind dacht men aan de ontwikkeling van een woon- en handelscentrum op linkeroever. Het Vlaams hoofd zou er deel van uitmaken. Teveel problemen stonden een dergelijke realisatie echter in de weg. Er bestond immers geen behoorlijke verbinding met rechteroever en Antwerpen zelf ijverde voor een stadsuitbreiding op rechteroever en het afbreken van de forten en de vesting. Linkeroever behoorde daarenboven noch tot het stedelijk, noch tot het provinciaal grondgebied.

In 1874 deed de Belgische regering bij wet de belofte dat er een brug zou komen. De realisatie ervan werd uitgesteld en het zou nog meer dan een halve eeuw duren voor de verbinding gerealiseerd werd.

Ontwerp voor Linkeroever van 1885

Met de eerste ophogingen werd aangevangen in 1894. Het betreft het meest noordoostelijk gelegen deel van de polder. Een verklaring kan worden gevonden in een ontwerp voor het gebied te dateren rond 1885, waarvan de begrenzing van de bebouwingskern grote gelijkenissen vertoont met deze van de ophoging.

In 1905 werd gestart met het dichten en opvullen van Geuzenweel, het wiel ten oosten van het huidige natuurgebied Blokkersdijk.

Begin jaren 1930 werd begonnen met de aanvulling van het oude St.-Annafort, het gebied ten westen van de eerste aanvulling, het gebied rond de spoorweg en de beddingen van de Blancefloerlaan, Beatrijslaan en Dwarslaan. Deze ophogingen waren rechtstreeks gerelateerd aan het plan van aanleg voor LO dd 1934.

 

De volgende twee decennia werden pleksgewijs nog een aantal ophogingen gedaan, onder meer ter hoogte van het Vliet. Na de opspuitingen werden delen met wilgen aangeplant om verstuiving tegen te gaan.

 

De laatste ophogingen dateren van de jaren 1970 en zijn te kaderen binnen de grote infrastructuurwerken die toen werden uitgevoerd, o.a. de aanleg van E3 en de bouw van de Kennedytunnel. Gelijktijdig en eveneens in functie van de aanleg van de E3 werden Burchtse Weel en Galgeweel verder uitgegraven.

De meest recente ophogingen gebeurden in 1977 ten westen en zuidwesten van Blokkersdijk.

 

Dienstvoor propaganda en toerisme1937

 
Bouw LO

De bebouwing op linkeroever was tot 1930 beperkt tot het gehucht Sint Anneke en lag geheel binnen de fortengordel van Antwerpen, le réduit national of het laatste bolwerk in de strategie destijds. Als dusdanig was het onderworpen aan een aantal militaire erfdienstbaarheden.

St. Anneke was, tot de afbraak, het ontspanningsoord voor de Antwerpenaren. De overtocht werd gemaakt per boot.

Leo Bervoets 1892-1978 de-kermis te Sint-Anneke Olie op doek 70 x 80 cm

 De kleine dorpskern lag geprangd tussen het fort en de Schelde. Functioneel en morfologisch bestond het dorp uit drie entiteiten. Meest zuidelijk lagen de aanlegsteiger van het veer, het station en een aantal loodsen. Centraal was de kern gesitueerd, opgebouwd rondom een plein. Ten noorden van de kern bevonden zich de jachthaven en een aantal beeldbepalende gebouwen zoals het Kursaal en de Belvedère. In dit noordelijk deel vervulde de dijk tevens een belangrijke functie als esplanade. Het geheel vormde een pittoresk zicht vanop de rechterscheldeoever.

Vanaf midden 19de eeuw werden verschillende ontwerpen gemaakt voor een Scheldeverbinding, al dan niet gepaard gaande met een nieuwe havenstad op het Vlaams Hoofd. De start voor de ontwikkeling van het gebied Vlaams Hoofd als woon- en werkgebied werd gegeven met de goedkeuring van de wet in 1906 waarin werd bepaald de Borgerweertpolder te onteigenen en op te hogen met baggerspecie uit de Schelde om het gebied bewoonbaar te maken. Gekoppeld hieraan werd beslist tot de realisatie van een vaste oeververbinding. Midden jaren 1920 besloot de regering om voor het probleem van de ontoereikende oeververbinding een definitieve beslissing te nemen.

 

Plan van 1934 De Heem en Van Averbeke

Hiervoor werd in 1929 de intercommunale Imalso opgericht, een coöperatieve vennootschap waarvan de helft van de aandelen in bezit van de overheid waren. De voornaamste werkzaamheden van Imalso behelsden de exploitatie van de waaslandtunnel (voertuigentunnel) en de Sint-Annatunnel (voetgangerstunnel), de aanleg en grondverkoop van Antwerpen-Linkeroever en het beheer van de onverkochte gronden en plassen.

Er werd geopteerd voor de bouw van twee tunnels. Beide werden in 1933 ingehuldigd door koning Albert.

Tijdens de werken aan de tunnels, werd in 1932 een prijsvraag uitgeschreven voor de stadsaanleg. Een groot deel van 97 inzendingen waren gebaseerd op het CIAM ideeëngoed. Geen van de inzendingen werd bekroond. Wel werden een aantal van de ideeën gebruikt in het ontwerp uitgewerkt door De Heem en Van Averbeke in 1934. Ook dit plan werd als dusdanig nooit uitgevoerd. Na 1945 werd evenwel gestart met een gefaseerde ontwikkeling met een lagere voorzieningengraad en bijgevolg een geringere autonomie.

 

 “Plan der bouwgronden te koop gesteld aan zeer billijke prijzen”,

22 november 1943 (Imalso DOC 43/11)

Van het vooroorlogse concept is weinig terug te vinden.

Een eerste fase van wegeniswerken voor de woonwijk LO waren reeds gerealiseerd voor het begin van de jaren 1950. Het kanaal ter hoogte van de Middenvijver werd gelijktijdig gegraven. Hierop volgend begon de invulling van het gebied met woningbouw stilaan op gang te komen. De westgrens van fase 1 werd evenwel nooit overschreden, waardoor het oorspronkelijke plan nog niet voor 1/3 gerealiseerd werd.

In 1950-1951 werd op de gronden van het voormalige Top Hat-kamp het St.-Annabos aangeplant.

Infrastructuur

E17

In 1950 werkten de Europese landen in Genève een plan uit voor een net van internationale routes, de zogenaamde Europawegen. Er kwamen minimumnormen voor deze E-wegen die door elk land op het eigen grondgebied zouden aangelegd worden. De voornaamste routes werden genummerd van E1 tot E30.

De E3 behoort met zijn 5000 km lang traject tot Europa’s belangrijkste snelwegen en verbindt Portugal rechtstreeks met de Fins-Russische grens.

Het verkeer op de toenmalige rijksweg 14 tussen Kortrijk, Gent en Antwerpen was in de jaren ‘50 al zo intens, dat een overschrijding van de verkeerscapaciteit verwacht werd. Om deze reden werd beslist in Vlaanderen de E3 (E17) aan te leggen. Hiertoe werd in 1963 de Intercommunale Vereniging E3 opgericht.

In de concessieakte werd vastgelegd dat de uitvoering van de werken gefaseerd zou verlopen en dat in eerste fase de Kleine Autoring rond Antwerpen en de verbinding met de haven van Antwerpen gerealiseerd zou worden. In de tweede fase moest het vak Antwerpen-Gent met de toegangsweg tot de haven van Gent aangelegd worden. Tot slot diende het geheel voltooid te worden door de bouw van de vakken Gent-Franse grens en Antwerpen-Nederlandse grens. De werken van de Ring werden aangevat medio 1964.

De eerste werkfase, nl de Schelde-overgang te Antwerpen met de Aansluitende Ring, werd in gebruik genomen in 1969. Het vak Antwerpen-Gent werd voltooid in 1971 en de finalisatie van het gehele project dateert van 1973.

De E3 was, wat veiligheidheidsuitrusting betrof, een primeur in Europa: praatpalen en inwendig verlichte wegwijzers waren een nieuwigheid. Opmerkelijke technische prestaties werden geleverd zoals onder meer de bouw van de Kennedytunnel in Antwerpen.

Kennedytunnel

Medio 1964 werd de Kennedytunnel gegraven. De officiële opening van de Kennedytunnel vond plaats op 31 mei 1969.

Toen het in 1958 duidelijk werd dat de huidige oeververbinding over bepaalde tijd verzadigd zou zijn, werd bij KB een Studiecommissie opgericht. Drie locaties werden geëvalueerd, zijnde aansluitend op de Ring, aansluitend op de Grote Autoring te Hemiksem en als tussenoplossing een oeververbinding te Kruibeke. Een aanbestedingswedstrijd werd uitgeschreven voor zowel een brug als een tunnel. In 1963 werd hierop volgend door de minister gekozen voor de bouw van een tunnel. Gezien geen van de tunnelontwerpen volledig overeenkomstig de zienswijze van het bestuur was opgemaakt, werd aan de twee voornaamste aannemergroepen gevraagd, gezamenlijk een definitief ontwerp naar voren te brengen. Na goedkeuring door de minister van Openbare werken, werd het werk door de E3-intercommunale overgenomen, gefinancierd en uitgevoerd.

N49/E34

Hoewel de N49 al sinds 1991 gecatalogeerd staat als ‘autosnelweg’, werd pas een aantal jaren geleden beslist de weg ook effectief in te richten als autosnelweg. De ombouw van de N49 tot autosnelweg loopt gefaseerd.

Verbinding E17 met N49

De verbindingsweg tussen E17 en N49 werd aangelegd in 1977.