vroeger en nu

Le Corbusier Bron: Piet Lombaerde

 

Geboren Charles-Édouard Jeanneret-Gris
October 6, 1887
La Chaux-de-Fonds, Switzerland

 

Gestorven Augustus 27, 1965 (77)
Roquebrune-Cap-Martin, France

Nationaliteit Zwitser, Frans

Beroep Architect

 

 

 

Voor Le Corbusier zijn utopieën niets anders den da werkelijkheid van morgen en is de huidige werkelijkheid de utopie van gisteren. Hoewel zij poject voor Antwerpen (1932-1933) niet gerealiseerd werd, toch zijn de stedbouwkundige principes en de ontwerpmethode zo innoverend en utopisch, dat zij inderdaad de planningswerkelijkheid van vandaag beïnvloed hebben. Le Corbusiers nieuwe stad op de linker Schelde-oever is immers een mogelijk antwoord op de complexe maatschappelijke , economische, historische en stedebouwkundige problematiek van de 20ste-eeuwse stad.

Le Corbusiers planningsprincipes zijn duidelijk en eenvoudig. Binnen de 20ste -eeuwse stedebouw staat het concept van mobiliteit centraal. Zowel de bewoners en de gebruikers, als de ruimtelijke onderdelen van  een stad participeren aan deze basisvereiste Ruimten dienen elkaar met bepaalde frequenties en volgens onderscheiden typen op te volgen; personen en voertuigen hebben eigen verplaatsingssystemen en volgeen specifieke parcours; architectuur biedt i tijd en ruimte mogelijkheden tot transformatie; zelfs de informatie en energie, aanwezig in een stad, dienen vlug en efficiënt overgebracht te worden.

Drie basisideeën leiden tot een toepasbaarheid van de eis tot mobiliteit: het concept van 'steden op palen' (Villes sur pilotes, 1915), het bouwen van 'steden met torengebouwen' (Vlles-tours, 1920) en het aanwenden van straatpatronen met vertandingen (rues à redents, 1920) . Daardoor kon eindelijk het archaïsche dualisme woning versus straat (een basisprincipe in de tuinwijken) opgeheven worden en kon voortaan de gehele terreinoppervlakte van de stad aangewend worden voor de verschillende verplaatsingssystemen, die het stramien van de moderne stad definiëren.

Le Corbusier: maquette van het L.O.-plan van 1933 (gerealiseerd door het H.A.I.R, Antwerpen, 1987).

In het Linkeroever project van 1932-1933, toepassing van een geconcentreerde stad met 500.000 inwoners, had Le Corbusier een meervoudig verkeersontsluitingssysteem voorzien:

·         een sneltrein langsheen de rechteroever , met aftakking naar de linkeroever;

·         een spoor voor stadstreinen (trcé van de huidige ring);

·         een tramnet op de bagane grond, met parallel een wegennet voor het vrachtverkeer;

·         een autowegnet, 5 m boven de begane grond op palen gebouwd volgens dambordpatroon (375 m x 375 m) en georiënteerd volgens de heliometrische as;

·         een voetgangersnetwerk, enkel op de begane grond.

Deze verschillende verkeersnetten worden in het uiteindelijk ontwerp over elkaar geschoven. Hun transparantie houdt eveneens een semantische uitdrukking in van hun deelname aan een totale ruimtelijke mobiliteit. De 'promenade architecturale' wordt aldus op het niveau van de stad bereikt: deze leidt naar de olympische stad, naar een park, een Wereldstad, een maritieme have en naar een vliegveld. Een diagonaal doorheen de linkeroevergronden, vormt de monumentale Kathedraallei.

Le Corbusier: globaal plan van de nieuwe stad op de linker Schelde-oever en renovatievoorstellen voor de Scheldekaaien en het ‘Eilandje’ op de rechteroever, 1933 

 

Het globale concept van de 'Stralende Stad' (Ville Radieuse), dat hier aangewend wordt, steunt op een 'machinistische' visie van het leven. De zonnedag van 24 uur bestrijkt de uren tijdens dewelke de mens werkt, zich ontspant en slaapt. Elke verplaatsing betekent tijdsverlies. Enkel een vlot verkeersplan, aangepast aan de verschillende menselijke behoeften, kan optimaal gebruik van deze 24-uren cyclus waarborgen