vroeger en nu

Bronstijdperk

In 1903 werden bij de graafwerken voor het funderen van de Sint-Annakerk op het Vlaams Hoofd een tulpbeker en scherven van twee andere ontdekt. Deze ceramiek lag, naar het schijnt, naast overblijfselen van een skelet van een kind, vermoedelijk een meisje van een vijftiental jaren. Het kinnebakken was zeer licht van bouw, de kin slechts matig vooruitstekend. Behalve een steunsel uit gebakken aarde, een mes en een schraper in vuursteen, werden beenderresten van een oeros (bos primigenius), stier, ever en geit bij het skelet gevonden. Heeft ook de bronzen speld met schijfkop tot dit graf behoord, dan zou dit bewijzen dat hier de Michelsberger elementen hun bestaan tot in de Late Bronstijd (Hallstatt B 1200 v.C. tot 500 v.C.) gerekt hebben. Al de vondsten lagen op het witte schelpzand en onder een dikke turflaag, en zeer vermoedelijk kwamen hier resten van verschillende cultuurperioden gemengd aan het licht. Bron Imalso.
Bijgevoegd: tulpbeker Michelsberger (D), mes en schede uit Cookham (UK),Hallstatt schraper (D), Waterverftekening van de opgravingen in Hallstatt (D), oeros Lascaux (F)








 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Dat de monding en de benedenloop van de Schelde tegen het einde van de Vroege Bronstijd open stonden voor invloeden uit de streken langs het Kanaal en de Noordzee bewijst een kort bronzen hielzwaard van Nedersaksisch type (type  Wohlde) gevonden bij de Scheldeoever in de Melselepolder te Zwijndrecht Een gelijkaardig bronzen rapier, van Iers type, werd eveneens op de rechter Scheldeoever, in de thans verdwenen Appelstraat te Antwerpen opgegraven.