vroeger en nu

IJselijk ramp op het Vlaamsch Hoofd

"Vrijdag 3 november 1899 toen de vroegtrein van 5.23 u. in Sint-Niklaas op het Vlaamsch Hoofd aankwam drumden de rezigers, dicht op mekaar, over de brug naar de stoomboot. Op een marktdag kon dat meerdere honderden mensen bedragen die allen tegelijk over de vijtien meter lange en drie meter brede loopbrug wilden..."
"Plots begaf de slechts vijf jaar oude brug en zo'n kleine tweehonderd reizigers kwamen in de ijkoude Schelde terecht: tien mannen en een vrouw kwamen hierbij om het leven..."
Op 4 november 1899, bij het inschepen op de linkeroever, gebeurde een ongeval dat in de dagbladen werd geblokletterd als IJselijke ramp op ’t Vlaamsch-Hoofd-Landingsbrug van den spoorweg ingestort – Talrijke dooden en gekwetsten. Die noodlottige ochtend kwam de trein uit Sint-Niklaas om 5:23 uur aan op Sint-Anna. Hij zat tjokvol dokwerkers en marktvrouwen. In dichte drommen trok de massa naar de wachtende overzetboot. Het was hoogtij.
 

Op een bepaald ogenblik hoorde men een oorverdovend gekraak. De brug, die de overgang vormde naar de boot, had het begeven onder het zware gewicht van de massa. Mannen en vrouwen gilden om hulp. Algemene paniek ging over in totale chaos. Er werd geroepen: ‘De brug stort in!’ – ‘De boot zinkt!’ Hoewel de kapitein hen tot rust probeerde te brengen, sprongen talloze mensen van de boot in het water. Het personeel van de boot en de spoorweg bood dadelijk hulp, maar de reddingsoperatie werd danig bemoeilijkt door de ochtendschemering. Duizenden mensen kwamen uit Antwerpen en Oost-Vlaanderen naar het Vlaams Hoofd om de plaats van het onheil te bezoeken, en van zo dicht mogelijk de reddingswerken te volgen. Balans: elf doden en tientallen gekwetsten. De lijken werden op stro, in drie rijen, in de wachtzaal van het station gelegd. De roep om een degelijke oeververbinding die een grote massa kon verwerken, werd groter dan ooit. Bijna 34 jaar later zou aan deze wens gevolg worden gegeven.