vroeger en nu

Adolf Meny

Adolphe Meny werd geboren op de tweede dag van WO 1, de 29-ste juli 1914. Enkele dagen na zijn geboorte vertrok zijn vader naar de  oorlog. Hij was bij de infanterie, die Antwerpen verdedigde. Toen Adolf 3 jaar oud was, werd zijn vader krijgsgevangen genomen. Vrijgekomen zette hij zijn militaire carière verder als Luitenant kolonel in 1935.

Als enige zoon van deze militair was Adolf zeer gedisciplineerd en beleefd. Van kindsbeen af wist hij dat hij een militaire carrière wou opbouwen. In het zelfde jaar dat zijn vader op pensioen ging begon hij aan de militaire school, waar hij bij de artillerie en genie werkte. Een klasgenoot zei dat Adolf een sterke man was, met een hoge moraal, die niet bij de pakken bleef zitten. Hij maakte snel uitvoerbare plannen die hij ook onmiddellijk uitvoerde. De meesten van de militaire klas voelden aan dat Meny een man was, terwijl de overigen nog jongens waren.

In mei 1940 kreeg Adolf het bevel om samen met zijn kameraden naar een opleidingskamp te gaan in Frankrijk. Hij ging er heen op zijn motor, een collega achterop. De oorlog was nog niet doorgedrongen tot in Frankrijk, zodat hij zich tegoed kon doen aan de wijn. Maar snel kwam het slechte nieuws.  De Duitsers waren Frankrijk binnengevallen, en wie wou kon naar Engeland. Adolf vulde de papieren in, en reed op zijn motor naar Engeland, met een soldaat achterop.

Ze reden naar Bordeaux om aan boord te gaan van een schip met bestemming Engeland. Zijn motor speelde hij kwijt tussen al dat volk, en een jachtvliegtuig richtte zich op het schip.

Gelukkig kon hij op een ander schip geraken, dat zig-zaggend de duikboten ontweek, en veilig aankwam in Plymouth. De eerste nacht verbleef hij in de cel, want niemand wist wie hij was, en nieamnd wou een spion. Hij werd ondervraagd de volgende dag door een lid van de Belgische Ambassade en werd vrijgelaten. Hij reisde verder om het leger te vervoegen in Tenby, waar hij andere Belgen tegekwam die ontsnapten uit Frankrijk en Duitsland. Adolf was klaar om te vechten en alles te doen voor zijn vaderland. Hij droeg een bril, maar vervoegde toch de Luchtmacht. Maar hij kreeg geen enkele graad na het eerste medisch onderzoek. Het weerhield hem niet zich op te geven om te vechten.

In juni 1940 werden door Churchill 10 commando's opgericht. Het waren kleine battalions met lichte wapens, soldaten van verschillende landen. Meny vocht samen met 120 Belgen, de opleiding werd gedaan in oorlogscondities met wapens op scherp. Op het einde van de training werden 98 Belgen ingelijfd in de Commando-groep.

Luitenant Meny kreeg het bevel over een sectie. Hij was een lange blonde man, geknipte figuur als luitenant, en zijn mannen volgden hem trouw. Hij plaatste zijn plicht als officier boven alles, en was een voorbeeld. Hij gaf geen bevelen die hij zelf niet goed vond. Hij legde zijn bevelen uit en was de eerste om ze uit te voeren, het pad effenend voor zijn kameraden. Zijn moed kwam hem duur te staan: tijdens een oefening werd hij zwaar gekwetst en hij hield er een mank been aan over. Tijdens zijn herstel in het ziekenhuis hoorde hij dat zijn eenheid verscheepte naar Noord-Afrika. Hij volgde hen onmiddellijk al kon hij amper lopen, maar hij motiveerde zijn makkers.

In 1943, op 1 december, werd hij naar Italië geplaatst om het Britse 8-ste leger te vervoegen. Hij kwam terecht bij eerste sergeant Artemieff. Niet voorbereid op sneeuw, gebruikten ze witte lakens om zich te camoufleren in de koude sneeuw. Meny was de eerdte om voor te gaan, gevolgd door Artemieff. Deze herinnert zich dat hij plots Meny niet meer zag. Hij dacht dat de camouflage zo fantastisch was, maar het was onmogelijk om hem van het ene ogenblik op het andere te zien verdwijnen, zonder een schot te horen.

Meny was in een put gevallen, die bedekt was door de sneeuw. De soldaten bonden hun riemen aan mekaar en trokken hem er uit. Hij lachte en zei dat hij de nacht niet was doorgekomen zonder hulp. Hij had een gevoel voor humor.Meny met zijn Commando's

 

Net aan de andere kant van de Italiaanse zee in Dalmatië werd hij gestationeerd op een eiland. Hij bevocht er de Duitsers in maart 1944. Een maand later werd hij terug geroepen naar Engeland . Daar wachtte hij 6 maanden alvorens deel te nemen aan enig gevecht. Hij had de gelegeheid om naar zijn thuis en familie  te gaan. Dat was de laatste keer dat hij ze zag.

Op Allerheiligen, 1 november 1944 werd er een offensief gepland door de geallieerden om het eiland Walcheren in te nemen. Het geschut daar blokkeerde de toegang tot de haven van Antwerpen. En dat was nodig om de Duitsers de genadeslag te geven. De Belgen kwamen aan op de kust, en geraakten slechts een paar kilometer ver, door het slijk, water en mijnnvelden, en onder zwaar geschut. Meny kreeg bevel om geschut "W18" te veroveren. Dit werd verdedigd door elite soldaten. Toen hij het signaal kreeg om aan te vallen, zag hij voor zich alleen struiken en bomen, ideale schuilplaatsen voor de vijand. Hij maakte aanzienlijke vooruitgang, en nam een paar Duitsers gevangen. Toen de heftige beschieting herbegon besloten ze zich in te graven voor de nacht. De volgende morgen wilden ze verder het geschut innemen, maar Meny werd dodelijk gekwetst door een kogel in de borst. Sergeant Artemieff nam over, maar werd ook angeschoten in zijn schouder. Meny's mannen drongen door en versloegen het geschut en de Duitserse troep.

Adolf Meny was geen super-held, en ook geen vechtersbaas zonder vrees. Hij geloofde in wat hij deed, en zette alles in om zijn land te dienen. Nu, 70 jaar later moeten we dankbaar zijn voor moedige mannen als Adolf Meny