vroeger en nu

Blancefloer

Bron Schrijvers op Linkeroever, Erfgoedcel Antwerpen 2003.
 
de BLANCEFLOERLAAN neemt een prominente plaats in op Linkeroever en vormt een van de hoodassen tussen oost en west, net zoals de Charles De Costerlaan en de Esmoreitlaan. In 1938 heette de weg nog de Rijselsebaan. De naam is ontleend aan één van de hoofdpersonages uit de "oosterse" roman die als Floris ende Blancefloer bij ons bekend is geworden in de bewerking van Diederik van Assenede (1260). Het verhaal gaat over de Moorse (Spaanse) koningszoon Floris, die verliefd wordt op de blanke, christelijke slavinendochter Blancefloer. Dat lag toen ook al moeilijk. Na vele avonturen, omzwervingen en beproevingen, die zich veelal afspelen tegen de exotische achtergrond van het hof van de Emir van Babylon, worden de twee tenslotte verenigd en erven zij de kroon van Spanje. Dirk van Assene noemde zichzelf een "hovesche clerc" en wellicht was hij als klerk werkzaam aan het hof van Margaretha van Henegouwen en Gwijde van Dampierre. Voor Antwerpen heeft dit eeuwen oude verhaal nog een extraatje in de persoon van stadsgenloot en drukker Jan van Doeborch, die in 1517 een vrije prozabewerking van Floris en Blancefloer maakte. Edmond De Coussemaker heeft een lied genoteerd dat Blanchefleur heet. Charles Edmond Henri de Coussemaker (Belle, 19 april 1805 - Rijsel, 10 januari 1876) was musicoloog, etnoloog en jurist in Frans-Vlaanderen. Samen met Michiel de Swaen en Maria Petyt is De Coussemaker een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Nederlandstalige cultuur in Frankrijk.
 
AANHEF Floris ende Blancefloer: 
Nu hoert na mi, ic sal beghinnen
Ene avonture tellen van minnen
die den dorperen no den doren
niet bestaet, dat sise horen. 
Luister naar mij, ik zal beginnen
met een verhaal over de minne,
alleen wie verstandig is en wijsgeboren
zal dit met goed recht aanhoren