vroeger en nu

Esmoreit

Bron: Nederlandse letterkunde voor dummies door Dickjan Braggaar
 
De jonghelinc.
 
Ay! soe ben ic van cleinder gheboert,
 
Dat duchtic, ofte uut verren lande. 
  Mamet laete mi noch die scande
 
Verwinnen, dat ic weten moet,
 
Wie mi desen lachter doet,
 
Dat ic te vondelinghe was bracht.
 
Nu en willic nemmermeer van enen nacht
  Ten anderen verbeiden, ic en hebbe vernomen,
 
Van wat gheslachte dat ic ben comen
 
Ende wie dat mijn vader si.
 
De jonge joncfrou Damiët.
 
O Esmoreit, nu blijft bi mi!
 
 
 
 
 
 

Het feit dat abele spelen maar in één handschrift overgeleverd zijn, geeft aan dat het toeval in de overlevering van de middeleeuwse werken een grote rol speelt. Als het Hulthemse handschrift, net als een ander handschrift is overgekomen, op het toilet van een kasteel had gehangen, inderdaad, als toiletpapier, zou de Nederlandse letterkunde een stuk armer zijn.

De vier abele spelen zijn: Esmoreit, Gloriant, Lanseloet van Denemerken en het buitenbeentje  (want geen echt toneelstuk met toneelspelers) Vanden winter ende vanden somer. Het handschrift waar ze in voorkomen dateert uit ongeveer 1410, de spelendateren waarschijnlijk van een halve eeuw eerder.

Esmoreit.

Een abel spel van Esmoreit, sconinx sone van Ceciliën luidt de volledige titel van dit toneelstuk. Het stuk bestaat uit ruim 1000 regels. Het handelt over Esmoreit, zoon van de koning van Sicilië, die door de booswicht Robberecht (neef van de koning, die zijn kans op opvolging door de geboorte van Esmoreit om zeep geholpen ziet worden) als kind wordt verkocht aan de sterrewichelaar van de koning van Damascus.

Daar wordt Esmoreit opgevoed door zijn zuster (dat denkt hij althans) Damiët, de dochter van de koning van Damascus. Vervolgens komt hij er toevallig achter dat hij een vondeling is en dat Damiëtop hem verliefd is. Nu dan maar uitzoeken wie hij eigenlijk is. Dat lukt vanzelfsprekend en Damiët (die zich eerst nog even tot het christendom bekeert) trouwt met Esmoreit. De booswicht Robberecht wordt en passant nog even opgehangen.

Esmoreit lijkt een beetje op een sprookje: de twee hoofdpersonen zijn smetteloos en de booswicht is ook écht heel kwaadaardig. En ook, zoals in een sprookje, leefden ze nog lang en gelukkig. Juist die eenvoud maakt wellicht dat dit toneelstuk in latere tijden het meest uitgegeven en wellicht  opgevoerd is.

 

De volledige tekst