vroeger en nu

Het Frederik van Eedenplein had het kloppend hart van Linkeroever moeten worden, maar alle plannen daartoe zijn tot dusver mislukt. Nu is het vooral bekend door de voetgangerstunnel, het metro- en busstation. Het plein werd in 1950 aangelegd en in 1952 kreeg het zijn huidige naam. 

 

De Nederlander Frederik van Eeden (1860-1932) was bij de Vlaamse jeugd vooral bekend als de auteur van De kleine Johannes, een boek dat in 1887 verscheen en tot in de jaren 1970 verplichte lectuur was in het secundair onderwijs.

 

Het boek, een soort sprookje, symboliseert eigenlijk de levensfazen van elke mens. De vijf hoofdfiguren die Johannes’ pad kruisen staan symbool voor de fantasierijke jeugd (Windekind), de weetgierigheid van de puber (Wistik), de twijfel van de hogeschoolstudent (Pluizer), het materialisme van de volwassene (Cijfer) en ten slotte de confrontatie met de dood van de ouders (Hein).

 

Wij kennen Frederik van Eeden als schrijver en dichter maar hij was vooral huisarts en richtte een van de eerste psychotherapeutische klinieken in Nederland op. Zijn tweede bekendste werk Van de koele meren des doods (1900 en verfilmd in 1982) beschrijft het leven van een aan morfine verslaafde vrouw die in de prostitutie verzeilt. Dank zij de psychanalyse en het contact met een kloosterzuster in het befaamde Hôpital de la Salpêtrière in Parijs, weet ze haar handicaps - die ze meekreeg via erfelijkheid, opvoeding en milieu - te overwinnen.

 

HET CITAAT

Het Frederik van Eedenplen kreeg twee citaten, allebei uit het boek De Kleine Johannes. Ze werden gekozen door meerr dan 500 deelnemers aan de Dag van Linkeroever literair op 4 mei 2003.

 

Het is een schoon ding een goed mens te zijn.

 

Wat is harmonie, Windekind? Dat is hetzelfde als geluk.

 

Het laatste citaat luidt volledig: ‘Wat is harmonie, Windekind? Dat is hetzelfde als geluk. Het is dat, waarnaar alles streeft. Ook de mensen.’

Maar dit was te lang om op één stoeptegel van 30 bij 30 cm te plaatsen. 

Frederik Van Eeden Bron literatuurgeschiedenis.nl

Haarlem 1860 - Bussum 1932

Frederik van Eeden is een van de meest veelzijdige schrijvers uit de Nederlandse literatuur. In het buitenland erkende men hem als vooraanstaand psychiater. Ook om zijn filosofische verhandelingen was hij bekend. Zijn experiment met een sociale woongemeenschap leverde hem vele internationale contacten op. Zijn spiritistische experimenten en die met hypnose van patiënten trokken de aandacht. Als literator heeft hij geen internationale uitstraling gekregen, zoals zo weinigen van zijn generatie. Maar ook in Nederland is hij voornamelijk bekend gebleven om één roman, Van den koele meren des doods.

De vader van Van Eeden was een groot kenner van de natuur. Daarover publiceerde hij in binnen- en buitenland. Hij stond in contact met Schopenhauer en Nietzsche.

Frederik van Eeden ging in 1878 medicijnen studeren in Amsterdam. Al vrij snel maakte hij contact met jonge literatoren en schilders. Hij was mede-oprichter van het gezelschap Flanor, waarin voordrachten gehouden werden over moderne kunst en filosofie. Daar ontmoette hij onder anderen Willem Kloos. Hij begon te publiceren in het maandblad Nederland (1882) en het weekblad De Nederlandsche Spectator (1883).

Van Eeden was medeoprichter van De Nieuwe Gids. Al meteen in het eerste nummer verscheen het eerste deel van zijn prozaverhaal De kleine Johannes. Het sprookjesachtige verhaal sloot eigenlijk niet goed aan bij de ideeën van de Tachtigers, want uiteindelijk was het niet alleen een ode aan de verbeelding en aan de natuur, maar propageerde het ook een keuze voor de religie en de spiritualiteit. Meer in de geest van de Tachtigers was Van Eedens aanval op de domineedichters. Hij publiceerde onder het pseudoniem Cornelis Paradijs de bundel Grassprietjes (1885), vol spottende verzen tegen de vaderlandslievende en huiselijke dichters van de negentiende eeuw.

Aan De Nieuwe Gids werkte Van Eeden verder vooral mee met essays over sociale, filosofische en psychologische onderwerpen.

 

 

 

 

 

In 1886 trouwde Van Eeden met Martha van Vloten, een van de dochters van de literator Johannes van Vloten. Daardoor zou hij een zwager worden van de dichter Albert Verwey en de schilder Willem Witsen, die beiden met zusters van Martha trouwden. Van Eeden had een sterk erotische persoonlijkheid, waar Martha niet aan kon beantwoorden. Hun huwelijk liep stuk op de dweperige buitenechtelijke relaties van Frederik. Hij trouwde daarna met de zangeres Truida Everts.

 

 

 

 

 

In 1900 verscheen Van Eedens roman Van de koele meren des doods. Het zou een moralistisch antwoord zijn op Van Deyssels roman Een liefde (1888). Die roman keurde hij af, omdat het daarin alleen maar om de sensaties zou gaan. In Van Eedens roman komt de neurotische vrouw Hedwig in een postnatale depressie na de geboorte van haar kind en zakt steeds verder weg. Van Eeden heeft duidelijk zijn medische kennis toegepast in de roman. Hij laat Hedwig genezen en kiezen voor een toekomst die in dienst van de medemens staat.

Van Eeden past hier op Hedwig toe wat hij zelf ook steeds meer als zijn roeping was gaan beschouwen. Hij wilde een nieuwe maatschappij waarin het materialisme uitgebannen was en er geen persoonlijk bezit meer zou zijn. Op een landgoed te Bussum begon hij in 1898 de idealistische kolonie Walden. Arbeiders en directeuren zouden hier samen op het land werken en samen zouden ze in alle levensbehoeften voorzien. De kolonie moest voldoende opbrengen, bijvoorbeeld ook door het uitgeven van boeken van Van Eeden, om zichzelf te kunnen bedruipen. De drukkerij en de broodfabriek zouden voor inkomsten zorgen. Door diverse oorzaken ging de kolonie ten onder. Niet alleen had Van Eeden financiële problemen gekregen, hij kreeg ook in de kolonie tegenwerking, onder andere door zijn losse gedrag met vrouwen.

Daarna was Van Eeden min of meer genezen van zijn socialisme. Hij hoopte nu dat hij een internationale vriendenkring zou kunnen vormen van grote denkers, die invloed konden uitoefenen op de politieke macht. Door zijn vooraanstaande positie als psychiater had hij contacten met Sigmund Freud en met belangrijke schrijvers en filosofen. De Eerste Wereldoorlog verhinderde Van Eedens plannen.

In 1913 stierf zijn zoon Paul. Hierdoor gaf Van Eeden steeds meer toe aan zijn neigingen tot spiritisme. Hij schreef Pauls ontwaken (1913), over het groeien van zijn zoon naar de dood toe. In 1922 ging hij openlijk over tot het katholicisme. Tegen het eind van zijn leven werd hij geestesziek.             

 

Bibliografie Frederik van Eeden  antiqbook.info/nl/verzamelen/literatuur/eeden.phtml

Het sonnet (1883)
Frans Hals (1884)
Het poortje, of De duivel in Kruimelburg (1884)
Grassprietjes (onder ps. Cornelis Paradijs) (1885)
De kleine Johannes Deel 1 (1887)
De kleine Johannes (3 delen) (1887-1906)
Noorderlicht (1888)
Don Torribio (1890)
Studies (1890)
Ellen, Een lied van de smart (1891)
Johannes Viator, Het boek van de liefde (1892)
De broeders (1894)
Studies. Tweede reeks (1894)
Het lied van schijn en wezen (1895-1922)
Lioba (1897)
Studies. Derde reeks (1897)
Enkele verzen (1898)
Van de koele meren des doods (1900)
Van de passielooze lelie (1901)
De blijde wereld (1903)
Over woordkunst (1903)
Studies. Vierde reeks (1904)
De kleine Johannes. Deel 2 (1905)
De kleine Johannes. Deel 3 (1906)
Minnestral (1907)
Dante en Beatrice (1908)
IJsbrand (1908)
De nachtbruid (1909)
Welt Eroberung durch Heldenliebe (1911)
Happy Humanity (1912)
Sirius en Siderius (1912)
Pauls ontwaken (1913)
De heks van Haarlem (1915)
Jezus' leer en verborgen leven (1919)
Het godshuis in de lichtstad (1921)
Uit Jezus' openbaar leven (1922)
Langs den weg (1925)
Jeugd-verzen (1926)
Liber Amicorum (1930)
(1931-1934; dl. 9, 1945)
Brieven aan Henri Borel (1933)
De geestelijke verovering der wereld (1933)