vroeger en nu

Paul Van Ostayen

Het Antwerpse Schoonselhof is bekend vanwege zijn Erepark waar veel schrijvers en kunstenaars hun laatste rustplaats hebben gevonden. Een van hen is Paul van Ostaijen (1896-1928) – al duurde het bijna een kwart eeuw voordat zijn stoffelijk overschot daar in 1952 werd bijgezet. 
Dan was men op Linkeroever vlotter en noemde men al in 1949 een straat naar Van Ostaijen.
Zijn roem en betekenis als dichter en theoreticus overstijgen de stadsgrenzen ruimschoots, maar de wortels van Van Ostaijen liggen onmiskenbaar in Antwerpen. Hij werd er geboren in de Lange Leemstraat (nr. 47, tegenwoordig 53) in een streng en katholiek gezin. Een ideale entourage voor Van Ostaijen om zich tegen af te zetten want van regels en gezag hield hij niet.
Hij spijbelde graag om op de Vogelenmarkt naar de worstelaars te kijken en hij provoceerde liever dan dat hij studeerde. Wat niet wegneemt dat hij al op jeugdige leeftijd Zola las en dweepte met Van de Woestijne. In 1911 werd hij van school gestuurd omdat hij protesteerde tegen de manier waarop Franstaligen en rijkeluiskinderen werden bevoorrecht.
Tijdens de oorlog werd Van Ostaijen klerk van het Antwerpse stadsbestuur en in zijn vrije tijd deed hij zich gelden als een opvallende verschijning.
Gehuld in dandy-achtige kledij, flaneerde hij graag over De Keyserlei en frequenteerde menig café.
In 1916 gaf hij in eigen beheer zijn eerste dichtbundel uit, Music-hall, waarvan de poëzie en de titel mede geïnspireerd waren op de muziekruimte Wintergarten aan de Meir waar zijn vriend Floris Jespers cello speelde.
In 1917 werd hij opgepakt toen hij leuzen tegen de niet bepaald Vlaamsgezinde kardinaal Mercier scandeerde. Om aan zijn veroordeling te ontsnappen (er hingen hem drie maanden celstraf en een geldboete boven het hoofd), vluchtte Van Ostaijen samen met zijn vriendin Emmeke naar Berlijn waar hij tussen 1918 en 1921 verbleef. Hij schreef daar onder meer het bekende Bezette stad en de postuum gepubliceerde dichtbundel De feesten van angst en pijn.
Terug in België vervulde Van Ostaijen eerst zijn legerdienst en werkte vervolgens in een boekhandel en een kunsthandel. Ondertussen verslechterde zijn gezondheid en zag hij zich genoodzaakt zijn intrek te nemen in een privé-sanatorium in de Ardennen.
Nog steeds plannen makend, bijvoorbeeld de oprichting van het tijdschrift Avontuur met E. du Perron en zijn goede vriend *Gaston Burssens, stierf Van Ostaijen in 1928 op 32- jarige leeftijd aan tuberculose.

Bron:  het Stadsarchief Antwerpen 
  https://www.felixarchief.be   

Er is ook een bewonersgroep in de Paul Van Ostayenlaan.