vroeger en nu

Tijl Uilenspiegel

Tijl Uilenspiegel is een personage uit onder meer de Nederlands-Duitse folklore. Volgens de sage was Uilenspiegel een deugniet die vrij als een vogel in de veertiende eeuw door de Nederlanden en Duitsland (in het Duits bekend als Till Eulenspiegel) trok en iedereen voor de gek hield met zijn streken. De sage wil voorts dat hij in 1350 in het Duitse Mölln is gestorven. Hier kan zelfs een graf worden bezocht dat wordt toegeschreven aan Tijl. De roman waarin Charles De Coster hem in 1867 herschiep, La légende et les aventures héroiques, joyeuses et glorieuses d'Ulenspiegel et de Lamme Goedzak au pays de Flandres et ailleurs (De Legende van Uilenspiegel), wil dat Uilenspiegel enkele eeuwen later is geboren in Damme, waar een van de vele standbeelden in Europa staat, die Tijl moeten voorstellen.

De eerste verhalen over Tijl Uilenspiegel verschenen rond 1500 in Duitsland. Herman Bote, stadsklerk van Brunswijk, schreef een aantal grappige anekdotes over een personage genaamd "Dyl Ulenspeghel". Deze middeleeuwse Uilenspiegel verschilt op veel punten van de latere negentiende-eeuwse roman: de politieke en maatschappijkritische dimensie ontbreekt en de humor is veel platvloerser, op het vulgaire af. Zijn naam verklaart zijn talent mensen voor de gek te houden. De uil was toen nog een symbool van domheid (vandaar dat er op schilderijen van Jheronimus Bosch bij domme personages vaak een uil te zien is, vergelijk ook het woord 'uilskuiken' en de Vlaamse uitdrukking "'t is nogal een uil." ('t is nogal een domkop)). De spiegel fungeert als ding waarin mensen zich zien zoals ze zijn: "zo dom als een uil". De schalkse Tijl laat de mensen zien zoals ze zijn, zonder enige schroom. De Coster verklaart de naam als: "Ik ben ulieden spiegel," Ulen-spiegel.

Het boek vormde de basis voor vele volksverhalen uit de zestiende eeuw over hetzelfde personage.

In de Nederlanden werd tussen 1525 en 1547 in Antwerpen door Michiel van Hoochstraten het eerste boek over Tijl Uilenspiegel gedrukt. De volledige titel luidde: Ulenspieghel, Van Ulenspieghels leven ende schimpelijcke wercken, en de wonderlijcke avontueren die hij hadde want hij en liet hem geen boeverie verdrieten.