vroeger en nu

Het Fort    

Bron Heemkundige Kring Zwijndrecht Burcht, tekst Mireille Schaekers 

Ten tijde van de Spanjaarden bestond er al een fort Vlaams Hoofd op de linker Scheldeoever.  Na de onafhankelijkheid van België werd er eerst gedacht dat de Nederlanders, dan weer de Fransen ons grondgebied zou binnendringen.  Er wordt dan, in de geest van die tijd, gestart met de bouw van een defensiegordel van forten op de Schelde, de Maas en verdedigingswerken tussen de forten onderling. 

 

 De Versterkte Plaats Antwerpen (het geheel van forten, schansen en inundatiegebieden) verdeeld over de beide Scheldeoevers rond Antwerpen zou als Nationaal Bolwerk fungeren.  In deze stad zouden de civiele en militaire autoriteiten zich kunnen ophouden in tijden van gewapend conflict. Tussen 1852 en 1859 wordt er onder de toenmalige minister van Oorlog, Chazal, de forten 1 tot en met 7 gebouwd.

Alhoewel het gehucht Vlaams Hoofd bij de gemeente Zwijndrecht hoort, behoort het militair gezien bij de Versterkte Plaats Antwerpen. Het oude Spaanse fort Vlaams Hoofd wordt afgebroken en een nieuw fort, Vlaams Hoofd II, wordt gebouwd.  De werken beginnen in 1852 en zijn voltooid in 1854.  Het fort had de vorm van een onregelmatige vijfhoek met een natte gracht rondom, en lag ten westen van het toenmalige gehucht.    Het fort strekte zich uit tussen de huidige E. Verhaerenlaan, de A. Verhoevenlaan en het fietspad tussen de Sint Anna-tunnel tot voorbij de Waterhoenlaan.  Dit fort diende om de Schelde voor Antwerpen te verdedigen.

Net voor de Groote Oorlog (1914-1918) lagen op fort Vlaams Hoofd II de 4e, 5e en 6e batterijen van de Kustartillerie.  Dit waren reservebatterijen.  Er lag ook een regiment Genie van de Vestingsgenie (in actieve dienst).  Allen behoorden tot de 2e legerdivisie met zetel te Antwerpen.  Het was in die jaren al in een minder goede staat en werd enkel als kazerne gebruikt.  

Als fort werd het gedeklasseerd in 1888 en vanaf toen was het dus enkel een kazerne. De 1e compagnie pontonniers onder leiding van kapitein Virgile Piérard was hier thuis.  De pontonniers hadden als opdracht semipermanente bruggen over Schelde en Rupel op- en af te breken en te onderhouden en herstellen.  Zij stonden ook in voor het opwerpen van barrages in de Schelde, de beveiliging van de stroom, het voorzien van andere manieren dan via bruggen om de rivier te kruisen maar ook allerhande losse werkzaamheden die hen opgedragen werden.  

Ten tijde van de bouw van de pontonbruggen over de Schelde (augustus 1914) lag voor hen al een groot deel van het nodige materiaal klaar in de kazerne.  Tijdens het bombardement op Antwerpen (7-8.10.1914) zou er ook een bom op gebouwen van de kazerne gevallen zijn.
Van de militairen uit onze gemeente zaten er al zeker 16 bij de pontonniers.  Tien onder hen zouden geïnterneerd worden te Harderwijk, 6 anderen overleden tijdens de Groote Oorlog.  Virgile Piérard zelf zou ook de grens met Nederland oversteken en geïnterneerd worden op Urk (toen nog een eiland in de Zuiderzee).

  

 

 

 

 

 

 

 

 

Het fort lag ook net naast het treinstation “Pays de Waes” en niet ver van de kerk en het Plein.  Op dit Plein ging elk jaar rond 26 juli (de feestdag voor Sint Anna) de processie uit én was het kermis.  Elk jaar moest de gemeente Zwijndrecht rond deze tijd extra hulp-agenten naar Vlaams Hoofd sturen vanwege de vele ongeregeldheden die er zich voordeden tussen beschonken militairen en niet-militairen.

Na de Groote Oorlog werd de fortgracht gebruikt om in te zwemmen, te vissen en te roeien.
Het fort Vlaams Hoofd II werd rond 1930 afgebroken en de fortgrachten werden in 1932 opgespoten.  Ook dit stukje geschiedenis ligt nu onder 7 meter zand.

  Er zijn, buiten enkele foto’s, geen zichtbare herinneringen overgebleven.  Het is echt zoeken om een stukje geschiedenis over dit fort terug te vinden.  Maar misschien was er iemand uit uw familie wel een pontonnier in 1914-1918 en wil u z’n geschiedenis met de HKZB delen?  Dan horen we het graag van u!

Tekst: Mireille Schaekers.