vroeger en nu

Volszanger

Frans Van Kets. 

was een marktzanger, ook op het Vlaams Hoofd.
Hij werd geboren op 12 mei 1862, te Aarschot. Van Kets was schoenmaker van beroep. Het zingen op de markten was louter een bijverdienste voor het onderhoud van zijn groot gezin.
Met zijn vrouw Maria Van Gestel stond hij in de jaren 1875 tot 1914 regelmatig op de Antwerpse markten. Frans zong niet enkel, hij praatte zijn liedjes aaneen met voor die tijd gewaagde grappen. Ook één van zijn vijf dochters zong haar deel in het programma. Van Kets begeleidde zichzelf op de viool. Zijn zwaarlijvige echtgenote zong de strofen van de liederen. Frans zelf voorzag de hele repertoire van veel gesproken commentaar. Frans en zijn vrouw woonden in ons Sint-Andrieskwartier in de Rijke Beuckelaarstraat nummer 17.
Het marktzingen werd in de familie voortgezet van ouders op kinderen. Zijn vrouw kwam ook uit een familie van marktzangers. Zij kon makkelijk een tekst uit het hoofd leren. Na een paar keren lezen, kende zij het reeds van buiten.
Een gemeenteraadslid verkreeg de toestemming van toenmalig burgemeester Jan Van Rijswijck dat Van Kets op de Antwerpse markten mocht zingen. 's Vrijdags op het Sint-Jansplein en 's zondags op de rui. Dertig jaar lang zong Van Kets er zijn marktliederen.
's Zondagsnamiddags toen honderden Antwerpenaren de Schelde overstaken op de Sint-Annekesboot stond Frans zijn moordverhalen te zingen op het Vlaams Hoofd. Geen jaarmarkt, geen kermis, zelfs geen processie liet het echtpaar Van Kets voorbijgaan zonder er hun muzikaal tintje aan toe te voegen. Frans maakte zijn liedjes echter niet zelf. Pierre Bauwens, een gewezen politieagent, componeerde ze en bedacht er teksten bij. De marktzanger betaalde hem hiervoor. Te Hoogstraten waren de liedjeszangers tijdens de bedevaarten bevoorrechte personen. Zij mochten de nacht gratis doorbrengen in een bed onder het toneel van de zaal "Het Eglantierke" terwijl de pelgrims 5 cent per nacht moesten geven.
Frans Van Kets blijft in de herinnering één van de beste marktzangers van het Sint-Andrieskwartier.
In het begin van de twintigste eeuw was het echtpaar Frans Van Kets–Maria Van Gestel een opvallende verschijning op het Vlaams Hoofd. Via een gemeenteraadslid kreeg Frans van Kets (1873–1944) toestemming van burgemeester Jan Van Rijswijck om op de Antwerpse markten te zingen: elke vrijdag op het Sint-Jansplein en ‘s zondags op de Rui. Dertig jaar lang deed hij dit, tot een paar jaar voor het uitbreken van de Grote Oorlog. ‘Voorts liet hij de gelegenheid niet ontglippen dat den Zondagnamiddag honderden Sinjoren met hun kroost op de St. Annekensboot de rivier overstaken, om zich met zijn gruwelbord op het Vlaamsch Hoofd op te stellen en zijn moordgeschiedenissen te zingen. Van al de liedjeszangers die regelmatig tusschen 1875 en 1914 op markten stonden is de herinnering aan het echtpaar Frans Van Kets-Van Gestel het sterkst door de Sinjoren bewaard gebleven.
Als verspreiders van sensationeel nieuws, dat de aandacht van de grote massa trok, stonden marktzanger in het middelpunt van de belangstelling. Staande op een stoel of een tafel zongen ze hun nieuwsfeiten. Met waterverf op papier werden gruwelplaten geborsteld. Terwijl ze hun strofen aan elkaar rijmden, kon je het verhaal op het bord volgen, als in een stripverhaal. 
De toehoorders snoepten van die ongekunstelde liedjes over moordzaken en rampen; hun medelijden of verontwaardiging werd er door opgewekt. Eenvoudige volksmeisjes en -jongens zongen ze vol overtuiging mee, om ze achteraf weer spoedig te vergeten. De marktzangers waren zowat de sensatiebladen van hun tijd.     
Van Kets prikkelde zijn publiek niet alleen met liedjes, maar ook met zijn talrijke, vaak gewaagde moppen. Van Kets was een lange magere kerel. Hij krabde op zijn viool en vulde zijn liedjes aan met commentaren, terwijl zijn klein zwaarlijvig vrouwtje de strofen zong. Soms zong hij met een van zijn vijf dochters, die zich tot een prachtige jonge vrouw ontpopte en menig mannenhart sneller deed slaan. Zijn liedjes werden aangeleverd door de gewezen Antwerpse politieagent Pierre Bauwens uit de Lange Kievitstraat.

Op 12 maart 1906 werden de stad Antwerpen en Sint-Anna getroffen door zware overstromingen. Dit gebeuren trok heel wat ramptoeristen aan. Een van de liedjes van Frans was toepasselijk getiteld: Gevolgen van de springvloed.  Zijn bekendste liedje werd echter het Treurlied over de ijselijke misdaad te Brussel-Molenbeeck op het achtjarig meisje Johanna Van Calck. Hier volgt een gedeelte uit het lied dat de familie Kets een maand voor de overstroming uit volle borst stond te zingen op Sint-Anna:

 
Johanna Van Calck werd verkracht!
Een monster had ’t kind opgewacht
Met lekkernij het kind ging mee
Verwurgt daarna in stukken snee.
Wat heeft het kind niet geleden?
’t Argeloze lam vond een vrees’lijke dood.
 
Haar moeder schreit d’oogen rood
Over hare marteldood
Haar oog scheen als de zon
Gelijk ’t licht eener bron.
 
Zoo stierf het dan voorwaar!
Als eenen martelaar!
Gebonden in een pak,
’t Onschuldig kind instak
Acht jaar, pas ontloken roos!
Verlaat z’ons voor altoos.