vroeger en nu

Vlaams Hoofd

Luchtfoto 1835
Nog eens een foto uit de oude doos, ik vermoed rond 1935. Maar wel een interssante: merk het IMALSO gebouw op Linkeroever, te midden het Vlaams Hoofd-dorp. De palen in de Schelde vóór het Vlaams Hoofd is de aanlegsteiger voor de visser-en mosselboten. Verder zie je naar het zuiden het oude station aan de Schelde van de spoorlijn Sint Niklaas-Antwerpen. De overzetboten liggen er klaar. De zand-opspuitingen zij in volle gang: heel de noord-kant tot aan de August Van Cauwelaertlaan. Merk ook daarachter de originele Middenvijver (rechts bovenaan). De Blancefloerlaan is rees getrokken, maar het stuk Rijselsebaan voor de Sint Anna-kerk ligt er nog.Je ziet ook de weel, waar nu het Combori-gebouw staat, en dat verbonden was met de Galgenweel en de Middenvijver. Het fort is onder gespoten tot aan de put (waar nu de waterhoenlaan is). De ponton gaf direct toegang tot de Lode Zielenslaan. 
Binnenkort komt er een website met de informatie van deze FB_pagina over Sint-Anneke.
 

 

Eeuwenlang bevond zich op de linkeroever van de rijke havenstad Antwerpen een uiterst dunbevolkte polder, immuun voor de veranderingen aan de overkant van de Schelde. Sinds 843 (Verdrag van Verdun) behoorde het grondgebied tot het graafschap Vlaanderen (linkeroever), terwijl Antwerpen aan de overzijde deel uitmaakte van het hertogdom Brabant (rechteroever).
De Schelde vormde de grens tussen de erfvijanden van het Franse koninkrijk en het Duitse Rijk. Het kleine gehucht op de linkeroever vervulde eeuwenlang de rol van Vlaams bruggenhoofd. 
Vanop het Vlaams Hoofd stak men van in de  dertiende eeuw per veer de Schelde over naar Antwerpen. Tijdens vele oorlogen en belegeringen werden langs weerszijden van de rivier versterkingen opgericht. Op de linkeroever evolueerde het Fort Vlaams Hoofd (1576 – 1935) tot veruit de grootste versterking van de polders. Ondanks de soms penibele situatie handhaafde zich in het gehucht een compacte bewonerskern van vooral arme vissers.

In de Middeleeuwen ontstond er in het gehucht een levendige verering van de heilige Anna. In de twaalfde eeuw werd er een kapel opgericht, gewijd aan deze patroonheilige. Het dorpje dat zich rond de kapel ontwikkelde, kreeg de naam Sint-Anna. In 1330 was de kapel van Sint-Anna al een populair bedevaartsoord. In de vijftiende eeuw was de heilige Anna een van de bekendste en meest geliefde heiligen. Als hemelse voorspreekster bij haar kleinzoon Jezus schreef men haar bijzondere machten toe. In deze periode werd ze vaak samen met haar dochter Maria en haar kleinkind Jezus voorgesteld. Vandaar de naam Anna te Drieën.
 
In 1450 zou de Sint-Annakapel vernield zijn. Op het einde van de vijftiende eeuw werd op dezelfde plaats een ruime stenen kapel gebouwd, die tijdens de slag om Antwerpen in 1582 opnieuw werd verwoest. In 1613 werd de kapel opnieuw opgebouwd; ze kreeg in 1667 een mooi houten beeld waaruit de ‘aardse Drie-Eenheid’ werd gesneden. Rond de Sint-Annakapel situeerden zich geruime tijd graven die dateerden van de Spaanse overheersing. Tijdens het Franse Revolutionaire bewind in 1798 werd de inboedel en aanpalende grond verkocht en maakte men van de kapel een opslagplaats. Tijdens het Hollands bewind werd ze als smidse ingericht, totdat J. Meyers de Swyndrecht ze in 1829 kocht en terug aan de eredienst gaf. In 1854 schonk hij ze aan de Antwerpse priester Joannes Hanegraeff. Na zijn dood stonden zijn beide zusters het eigendomsrecht af aan de H. Kruisparochie van Zwijndrecht. 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
In 1600 werd het Vlaams Hoofd op een paneel vereeuwigd door de Brabantse kunstschilder Abel Grimmer (ca. 1570 – 1618 of 1619). Op de voorgrond van het schilderij staat het Vlaams Hoofd afgebeeld. In het midden zien we een druk bevaren Schelde, met op de achtergrond de stad Antwerpen. Later voegde Hendrik van Balen (1575 – 1632) er een hemels tafereel aan toe. In het midden ontwaren we God de Vader met een wereldbol op zijn schoot. Boven zijn hoofd zien we een duif, omgeven door een stralenkrans. Links van God zit Jezus, die met zijn linkerhand een groot kruis vasthoudt, en zijn rechterhand op de borst legt. Rechts van God knielt Maria met haar rechterhand op de borst. Zij worden omgeven door gevleugelde engelen. Het schilderij bevindt zich in de collectie van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen.
 
 
In 1893 werd Sint-Anna – in de volksmond: Sint-Anneke – een gehucht van de gemeente Zwijndrecht, behorend tot de parochie van het Heilig Kruis, een zelfstandige parochie in het bisdom Gent. De nieuwe parochie werd onder de bescherming van de Heilige Anna geplaatst. In 1894 werd er een nieuwe tijdelijke parochiekerk ingezegend die met haar 100 zitplaatsen na vijf jaar reeds te klein bleek te zijn. Men besloot een moderne neogotische kerk te bouwen, waarvan de voorzijde uitgaf op de baan naar Gent en de achterzijde op de spoorwegroute. In 1905 werd de nieuwe parochiekerk HH. Anna en Joachim ingewijd. Zij bood plaats aan 600 parochianen. De kerk stond op een kunstmatige heuvel, omdat men toen reeds wist dat het hele gebied opgehooghd zou worden. Alleen had men de hoogte verkeerd ingeschat en stond de kerkna de zandopspuitingen in een put.