14-18 De Vlucht

Paniek

De paniek is enorm: duizenden Antwerpenaars proberen te vluchten. Meestal gaan ze naar Nederland, maar ook de pontonbrug is een uitweg: duizenden verdringen zich op het Steenplein. Wie wacht op de Scheldekaaien stikt van de rook: de petroleumtanks zijn in brand geschoten. Iedereeen wil via de Pontonbrug Sint Anneke bereiken.

Maar militairen hebben voorrang op burgers op de brug. Dat veroorzaakt rellen en gendarmes moet tussenkomen met de sabel om het leger doorgang te geven.

De New York Times schrijft:
De toegang tot de pontonbrug leek op de monding van een riool, waarlangs alle ellende van een hele natie stroomde.

Ongeveer 100.000 mensen steken die dagen de pontonbrug over.

De veerboten kunnen om het kwartier 200 man naar Sint Anneke brengen., maar ook roeiboten, schuiten en mosselboten worden bestormd.

Op 9 okt zijn nog niet alle vluchtelingen kunnen oversteken. Maar de pontonbrug mag niet in handen allen van de Duitsers. Met petroleum en springstof wordt de brug vernietigd. Als dat niet volstaat worden de laatste schepen met de kanonneerboten van het Belgisch leger tot zinken gebracht.

De Overgave

Ook op 9 okt trok het Britse Naval leger over de pontonbrug bij Burcht naar veiliger oorden.

Op 10 okt ging de burgemeester van Antwerpen, Jan De Vos, de overgave van Antwerpen tekenen bij de Duitsers.

Onder druk van de bombardementen werd de officiële overgave op 10 oktober ondertekend op basis van een overeenkomst van de burgemeester van Antwerpen, Jan De Vos, met de Duitsers over de voorwaarden voor de overgave.

Ongeveer 1 miljoen Belgen zijn gevlucht naar Nederland. Een half miljoen zijn gevlucht naar Frankrijk of Engeland. Een meerderheid keerde terug naar België zodra de bezetter orde en rust verzekerde. Ongeveer 150.000 vluchtelingen bleven in Nederland tot het einde van de oorlog. Als de Duitse vlag aan het Stadhuis hangt zijn er nog zo'n 10.00 0 inwoners in Antwerpen, van de 400.000.