Het Sint Annastrand
Vul een subtitel in

De geschiedenis van "de Plage"

De 19-de eeuw zag de scheepvaart drastisch veranderen. Tot dan waren zeilen de drijfkracht om goederen en mensen te vervoeren over zee. Maar rond 1850 werd de stoomboot stilaan het nieuwe normaal.

Dus kon ook Antwerpen niet achter blijven, als belangrijke havenstad. Maar er was een probleempje: de Schelde had een behoorlijk diepe bedding, uitgesleten door de getijden, en nog dieper gemaakt door het indijken en verwijderen van schorren en slikken.
Dat was ruim voldoende voor de grootste zeilschepen, maar niet voor de logge stalen stoomboten.

Die van Antwerpen waren dan wel van de rechteroever, maar hadden gauw door dat er op Sint Anneke fijn wit zand lag, waar je heerlijk kon zonnen en kamperen. En dat deden ze ook massaal vlakbij huis, met een gevoelen van vakantie.

Stilaan werd het een overrompeling, en steeds meer mensen bouwden er hun bescherming tegen de regen en wind. Dus verrezen de tentjes, hutjes, cabanes, en andere koterijen in snel tempo.
Dit was allemaal geen toeval. Sint Anneke was een oord van plezier en vertier geworden. Sint Annekes-kermis op het Vlaams Hoofd was immers een begrip in de stad. De Antwerpenaren staken geestdriftig de Schelde over met bootjes om van mosselen en pintjes te snoepen. Terugkeren,  's nachts was iets moeilijker. Maar Sint Anneke werd in heel België bekend.

Het werd een toevluchtsoord van wie van de natuur hield, of voor wie de stad te duur was. Voor de tweede wereldoorlog woonden er ongeveer 100 mensen op de Plage.

Veel tenten waren inmiddels vervangen door houten constructies. Ook deze bouwwerken moesten kampeerders aan het einde van het seizoen afbreken en de volgende zomer weer opbouwen. Vanaf 1936 werden vaste houten constructies met een slaapgelegenheid toegestaan. Architect Van Averbeke, toenmalig hoofdbouwmeester van Antwerpen moest hiervoor de bouwplannen wel eerst goedkeuren. Kort daarop verschenen overal zomerhuisjes. Eerder kreeg Emile Draps al van IMALSO de toelating om 37 bungalows in de Kastanjelaan te bouwen. Er werden ook vele vakantiehuisjes zelf gebouwd. Deze niet-officiële woningen werden nooit opgenomen in de bevolkingsstatistieken voor het Linkeroevergebied, ook al telde de Plage tot in de jaren 50 meer permanente bewoners dan de rest van het gebied.

Sint Anna-Strand 1930 - 1940

Bron : Josée Gevaerts, oud bewoonster van Sint Anna-Plage : Herinneringen aan het vakantie -en woondorp van Sint Annastrand.

In 1932 bereikte de crisis haar hoogtepunt. Reizen was niet meer zo evident. Maar de Antwerpenaar is vindingrijk Hij zocht naar een goedkope ontspanning., baande zich een weg door de bosjes en ontdekte aan de bocht van de Schelde een enorme zandvlakte, gecreeerd door de eerste zand-opspuitingen. Dit was een uitstekende plaats om een tent op te zetten. De ontdekking ging rond als een lopend vuurtje en al gauw volgde de ene tent na de andere. Gezonde lucht en veel speelruimte voor de kinderen: iedereen was content. Geen enkele oficiële instantie heeft die tenten ooit verboden. De kampeerders geloofden echt dat dit terrein hun stilzwijgend werd toegezegd. Maar schone liedjes duren niet lang. In 1934 schreef IMALSO een aanbesteding uit uit voor een afgebakend terrein dat de naam Antwerpen-Strand zou krijgen. De pachter Emile Draps haalde als hoogste bieder de concessie binnen. Aanvankelijk voor een termijn van tien jaar, maar het zou tot 1960 duren voor de concessie verviel.

Draps wilde zo snel mogelijk zaad in het bakje zien. Onder het mom "de grote toeloop naar het strand te ordenen, de veiligheid te garanderen en het behoud van de goede zeden te verzekeren." vroeg hij aan iedereen 2 frank inkomgeld. Bewoners kregen een vrijgeleide die zij steeds moesten tonen. Kaart vergeten ? 2 frank betalen ! zo simpel was dat.
Om meer geld te kunnen vergaren, eiste Draps vervolgens pachtgeld. Het gewone volk moest het gunstig gelegen gebied aan het strand verlaten en werd naar het gebied links van de ingang verbannen. Iedereen kreeg een plaats van 25 m² toegewezen en moest 100 frank pachtgeld betalen. De verenigde kampeerders vonden dat de concessionaris inhalig was en protesteerden hevig. Na verschillende onderhandelingen bedroeg de pacht voor 160 tenten 25 frank. Maar in 1935 trok Draps het pachtgeld weer op tot 50 frank.
In 1936 wijzigde de inrichting van het tentenkamp. Kampeerders kregen een terrein van 100 m² terbeschikking als ze 150 frank betaalden voor een perceel langs de Schelde, en 125 frank voor een perceel elders. Op het einde van de zomer moesten ze de tenten weer afbreken.

 In 1930 vond een nieuwe wereldtentoonstelling plaats, vooral gelocaliseerd op het Kiel.  In dat kader werd op Sint Annastrand een pretpark gebouwd, dat heette toen een "Lunapark", allicht van het engelse "lunatic", een zotteke.
Dat park zou een ongelooflijke boost geven aan de Plage. Het werd druk bezocht, ook na de Wereldtentoonstelling.  Er waren tal van attracties, zoals een

Op de plaats waar nu het ijssalon staat (aan de ingang), haalden de kampeerders hun water uit een artesische bronput. In 1937 sloot de concessionaris een contract af met de Anwerpse Waterwerken. Hierdoor beschikten de kampeerders over waterkranen. In tegenstelling tot wat in de aanbesteding stond, werd het huisvuil niet door de Openbare Reinigingsdienst opgehaald, maar door een eigen dienst van Draps. Voor deze diensten moest extra betaald worden: 5 frank voor het water en 5 frank voor de huisvuilophaling. Dit vonden de bewoners van het tentenkamp nog aanvaardbaar. Nadien verhoogde Draps de pachttarieven nog eens -tot 192.50 en 167.50 frank. Daar hadden de bewoners het moeilijker mee. En ook de volgende jaren bleven de huurprijzen stijgen.

Wereldoorlog II

Tijdens de oorlogsjaren maakten de Duitsers van Sint Anneke een zogenaamd spergebied. Dat betekent dat de toegang enkel mogelijk was met een 'Intrittskarte' voorzien van een hakenkruisstempel. Zaken als het Lunapark en Oud-Brabant verkommerden omdat er te weinig geld en materiaal beschikbaar was voor onderhoud. Ook vond er af en toe een overstroming plaats omdat de opgespoten gronden niet hoog genoeg bleken te zijn. Verder richtte een bombardement in 1942 veel schade toe: ongeveer 150 bungalows raakten beschadigd. In oktober 1944 werd Antwerpen getroffen door meer dan 600 V-bommen, waarvan er 48 Sint Anneke troffen, en 3 De Plage. Veel bungalows werden vernield.
Na de oorlog kwamen veel gezinnen terug naar Sint Anneke en nam het aantal bungalows flink toe. Mensen investeerden hun spaarcenten in zelf in elkaar geknutselde woningen. Draps was weer heer en meester op de Plage.

Rond de jaren 1950 werd er een begin gemaakt van wat men zou kunnen noemen, de eerste aanzet van ruimtelijke ordening. De bouw van een verblijf moest volgens plan gebeuren en in duurzaam materiaal worden opgetrokken; de tijd van de 'provisorische' bungalows was voorbij; tevens moest er voldoende ruimte zijn tussen de bungalows. Een bungalow bestond uit een ruime woonplaats, twee slaapkamers, een keuken en een veranda. Een rommelkot met de kolenvoorraadbak hoorde eveneens bij de standaarduitrusting.  Ook de 'straten' kregen een naam. De voornaamste straat was 'de Scheldelaan', origineler kon het uiteraard niet.

In 1923 werd het Vlaams Hoofd een deel van de Stad Antwerpen. In 1933 werd de socialist Camille Huysmans burgemeester van de stad. Hij wilde betaalbare recreatie creëren , en dacht daarbij aan het oude fort van Oosterweel, en aan Sint Annastrand. Hij schreef een aanbesteding uit voor een concessiehouder. In 1934 werd Emiel Draps, een tuinbouwkundige en handelaar in bloemen en planten, aangesteld om de "plage" uit te baten. Hij leverde de bloemstukken voor de wereldtentoonstelling van 1930.

Draps was de leverancier geweest van de planten en bloemen voor de Wereldtentoonstelling op het Kiel. Na de Wereldtentoonstelling werd het Lunapark op Sint Annastrand verpacht als concessie. 

Het eerste wat deze deed was een grote villa voor zichzelf bouwen. Dit gebouw is nu Ann's Hoeve.

Al snel werden de kleine optrekjes vervangen door respectabele gebouwen en etablissementen. Ze kregen allemaal een plaats langs de wandeldijk, en zo kreeg deze het uitzicht van de wandeldijk in Blankenberge. Cafés, restaurants, snoepwinkels, verhuurders van strandstoelen en badpakken, souvenirwinkels, een frituur: het was er allemaal.

Dus moest er gebaggerd worden. De Nederlanders waren bedreven in deze branche, en werden dan ook in 1890 uitgenodigd om de Schelde te verdiepen. Maar waar moest die bagger gedumpt worden ? De Borgerweertpolder had zijn belang als strategische hinderpaal verloren, en was een vochtig en onbewoond gebied, op het dorp van het Vlaams Hoofd na.
Dus werd de bagger over de dijk gekieperd, daar waar men baggerde. En dat was in de bocht van de schelde, waar nu Sint Annastrand zich bevindt.

uit Huis aan huis 19 en 26 april 2006:

Het Linkeroever gevoel in de jaren 1938-1966

Terug in de tijd, een verhaal over Linkeroever tussen 1938 en 1966. Met dank aan de familie Mortelmans -Put uit Merksem voor hun medewerking.

Menig Antwerpenaar had zelfs voor de tweede wereldoorlog de voordelen van Linkeroever ontdekt: wonen en ontspannen op korte afstand van de stad en toch opde "boerenbuiten" in de gezonde lucht.  Veel is soms niet nodig om zich gelukkig te voelen: een houten chaletje en een klein tuintje aaan de Schelde. Wat wil een Sinjoor nog meer ?

Laten we dit gelukkige onderkomen de "Kievit 1" noemen, Als er dan nog sympathieke, levenslustige buren zoals de dove Piet, kleermaker van beroep, zijn vrouw Clara en de Jef van de ijzerwinkel in de omgeving wonen, kan het geluk niet meer op. Het was er fijn op Stint Anneke.

De Sint Annaplage was een privé-concessie van het echtpaar Draps. Deze zorgden voor het onderhoud en de orde in het minidorp gelegen aan de Plage. Het "gratis verhaal van heden" bestond nog niet en dus moesten de bezoekers inkomgeld betalen; zelfs om hun vrienden te mogen bezoeken. Het Antwerps gezegde " ge zou geld geven om u eens te zien" werd hier letterlijk toegepast. De vaste bewoners en uitbaters betaalden jaarlijks het pachtgeld.
Organisatorisch liep het wel perfect. Vanaf de Ponton aan het Steen op de rechteroever kon men of met de Flandria boot of met private motorbootjes Sint Anneke bereiken. Indien men een tussenstop wenste aan het Noordkasteel dan was dit geen probleem. Wie via de voetgangerstunnel naar Sint Anneke kwam, werd afgehaald met de trein. Eens op de Plage aangekomen was het echter: kassa, kassa...
De jeugd amuseerde zich aan de kreek, een kleine Schelde-inham, waar de klassieke slijkgevechten plaats vonden meestal om de liefjes te imponeren !

De omgeving van Kievit 1 was prachig, er werd dan ook uitgekeken naar een meer comfortabele woonst waar de mogelijkheid bestond om eens te kunnen overnachten. Deze bungalow werd Kievit 2 genoemd. Het klinkt achteraf allemaal zeer iddyllisch zelfs zonder de lichtjes van de Schelde, want die waren er toen nog niet.
Maar het waren de oorlogsjaren; het gebeurde dat 's nachts talrijke geallieerde vliegtuigen overtrokken richting Duitsland. Het was bangelijk. Er moest dus dekking gezocht worden onder de matrassen om het gevaar van vallende stukken metaal te mijden. Het sissende geluid van het gloeiende materiaal dat in de Schlde viel was beangstigend. Als reactie op deze bombardementen begon de bezetter "rommelasperges" te plaatsen; dit waren houten palen van 3 à 4 meter hoog om luchtlandingen te voorkomen. Het gevolg was dat de Plage werd afgesloten en enkel toegankelijk was "nur mit Schein" (toelatingsbewijs). De Plage was eigenlijk afgesloten gebied.

Wie kan het weekend van 3 september 1944 vergeten ? Talrijke geallieerde vliegtuigen vlogen over Plage heen. Het maakte eerst weing indruk vermits het de laatste tijd dagelijkse kost was geworden en er verder op wat ernstiger aan de hand was. Maar plots vernam men dat de Flandriaboot niet meer kon varen en dat de voetgangerstunnel onbruikbaar was. De Plage was afgesloten en de bewoners zaten als muizen in de val. Op de rechteroever werd er geschoten. Het zweet brak uit bij de bewoners van Sint Anneke. Er moest dringend iets worden georganiseerd om verder onheil te voorkomen; gelukkig was er, mits wat zoeken, nog voldoende eten te vinden. Er was echter enige creativiteit nodig om uit de onheilzame situatie te geraken. Op Sint Anneke kon men vrij en vrolijk zijn, "a place to be happy" , maar niet in die omstandigheden !

Maar die betere tijden lieten op zich wachten. Hoewel er een toenemende drukte was vast te stellen aan de kaaien waar de schepen 'Victory' en 'Liberty' werden gelost, was er toch die dreiging van de V1  bommenwerpers met hun dodelijke lading. Sint Anneke werd gelukkig gespaard van die bommenwerpers; één exemplaar belandde op nauwelijks 30 meter van Kievit 2

Gelukkig is in mei 1945 de oorlog voorbij; dit zorgde voor heel wat drukte op Sint Anneke. Om de Amerikaanse troepen te repatriëren werd in de omgeving van de Plage een militair kamp 'TopHat' opgericht. De ganse dag en nacht was er een grote bedrijvigheid, namelijk de aan en afvoer van G.I.'s. In afwachting was er wel voor ontspanning gezorgd op de Plage in de talrijke cafés. Men moet er geen tekeningetje bij maken dat de toeloop van soldaten het vrouwelijk schoon aantrok. De Yankees hadden een overvloed van alles wat de burgers gedurende 4 jaar hadden gemist: chocolade, marmelade, sigaretten, dekens, jerrycans, noem maar op. Alles was te koop tegen geld of in nature, wat op de Plage een courante transactie was.

Het tuintje werd opgesmukt met een hoge mast waar de nodige vlaggen konden wapperen bij iedere feestelijke gelegenheid; dat was traditie geworden. Zo werd de vlag gehesen bij iedere doortocht van de Amerikaanse oorlogsschepen.

Er woonden ook bekende figuren op de Plage, onder andere de Schepen van Onderwijs had er zijn buitenverblijf. Dit maakt dat andere politieke figuren vaak een bezoek brachten aan de Plage.

Zo was Camille Huysmans, destijds burgemeester van de Stad, een welgeziene gast op de Plage. Hij heeft er ook voor gezorgd dat de Antwerpenaar kort bij huis zijn ontspanning vond. Er waren in die tijd weinig andere ontspanningsmogelijkheden waardoor de Plage bijzonder in trek was. Dertig tot veertigsuizendbezoekers tijden een zomers weekend was geen uitzondering. Ze kwamen met de Flandriaboot; de motorbootjes of de autobus. Als de grote menigte 's avonds vertrokken werd de plaatselijke jeugd opgetrommeld om het puin te rapen; de jongeren zochten vooral naar de onafgescheurde retourbiljetten voor de Flandria. In de Zeemeeuw werden de lege drankflesjes ingeruild voor een welverdiende consumpie. Iedereen was tevreden en de Plage lag er weer netjes bij tot de volgende zomerse dag.

Niemand kan de waterramp van 1 februari vergeten; een catastrofale overstroming trof het gebied van de Lage Landen. Uiteraard was het leed op Sint Anneke nauwelijks te vergelijken met de rampin Nederland. Maar de Kievit 3 was langs de voorkant ingebeukt door een losgeslagen bootje van een lichter.. Het bootje vond men in de woonkamer. Alles was er verwoest. Als schadevergoeding kregen de bewoners van de overheid: een halve kilo thee. Het verband tussen thee en de waterschade is nu nog niet duidelijk

Stilaan hernam het normale leven op Sint Anneke. De bungalows waren terug in orde gebracht; buren hielpen elkaar en er ontstond een heuse vriendenkring onder de bewoners. Het was mooi en rustig wonen aan de Scheldeboorden... als het water maar in de bedding bleef. Het zicht op de voorbijvarende schepen was fascinerend. Het was er zalig wonen.

Maar aan alle sprookjes komt een einde. De concessie liep af in 1960 en de bungalow werd gesloopt in 1966. Het is nog zoeken tussen al die bomen waar precies de bungalow heeft gestaan. Maar de herinneringen aan Sint Anneke blijven en die kan niemand slopen.

Het Lunapark was een pretpark, opgericht met het materiaal van de wereldtentoonstelling op het Kiel in 1930. Er was een 8-baan, een glijbaan die eindigde in het water, een wildwater-circuit met bootjes, het zwembad, en natuurlijk een frituur: Bij Jeanine.

Ga naar de STARTPAGINA